Een gesprek tussen naaisters mondt vaak uit in een vergelijking van hun werkpaardjes en waarom ze dat merk hebben gekocht.
Omdat de vraag : “Hoe tevreden ben jij van je naaimachine?” vaak terugkomt, hier het rapport van mijn naaimaatje. Eventjes voorstellen: mijn Pfaff Select 150 – nickname Marie – is een mechanische naaimachine van twee jaar oud, met een zwaardere motor en een boventransport. 
Ikzelf heb het hele proces voor de aankoop van een naaimachine niet moeten doorlopen. De mijne stond thuis eenzaam weg te kwijnen en ik hoorde dat Pfaff best wel een goed merk was.
Zoals gezegd is Marie van het mechanische type. Dat wilt zeggen dat ik zelf nog zit te knoeien om mijn onderdraad op te halen. Mechanisch wil ook zeggen dat Marie steeds doet wat ik haar vraag… En niets meer. Achteruit stikken? Ja, zolang ik de knop indruk en geen steek langer. Haal ik mijn voet van de pedaal, stopt ze direct met whatever ze bezig is
Moderne machines maken eerst hun steek af en stikken automatisch x steken naar achter. Niet ons Marie. Ik vind die simpele mechaniek super. Het doet precies wat ik vraag en niets meer. Lekker simpel. Misschien toch een militair kantje?
Ik heb nu een paar keer op verplaatsing genaaid en eens met andere machines kunnen werken. En ik moet toegeven: computergestuurde modellen hebben zeker hun voordelen. Geen onderdraad meer moeten ophalen, zou ik niet erg vinden bijvoorbeeld. Of iets meer communicatie als er iets niet klopt. Modernere machines geven een foutmelding. Marie zegt niets maar loopt vast, maakt een akelig geluid of vreet mijn stof op. Ook duidelijk dat er iets mis is maar too little, too late.
Toch ben ik erg tevreden met mijn naaimaatje. Het boventransport helpt mij de laagjes stof beter te bedwingen dus dat vind ik wel makkelijk. Je kan het ook afzetten. Verder heb alle basissteken (recht, stretch, zigzag, overlock, knoopsgat, tweelingnaad). Die laatste opties vind ik een must voor elke naaimachine (hoewel mijn eerste knoopsgat nog gemaakt moet worden -shame on me!).
Fantasievolle afwerkingen zijn niet Marie haar ding. Ze kent wel een paar siersteekjes maar het blijft erg basic. Er zat wel een set speciale voetjes bij voor kralen, decoratieve steken maar die heb ik nog niet geprobeerd. Blijkbaar houden we beiden niet zo van franjes.
Het is volgens mij een vrij stille machine – ik heb mijn man nog niet horen klagen als ik in de living werk- maar Marie is geen lichtgewicht. Ze weegt 7.1 kg en dat maakt ermee rondsleuren niet aangenaam. Ander minpuntje: de harde cover heeft geen apart vakje voor het pedaal. Lijkt een detail maar ik zag een hoe een collega bij het inpakken haar pedaal in een apart vakje stopte en ik was stik☺jaloers.
Maar in het algemeen: ben ik er tevreden van? Zeker en vast. Een heel degelijke dame, recht door stof, zonder veel tierelantijntjes maar super om al je technieken aan te leren.
En jij? Wat vind jij super aan je naaimachine?
Tot schrijfs,
Margot


n of nooit met katoen of linnen werk. Dat moet je namelijk na het wassen weer mooi in vorm strijken. In de praktijk eindigt het kledingstuk vaak op de strijkstapel, om pas weer boven te komen als ik eens veel tijd en goesting heb om de onoverzichtelijke hoop strijk weg te werken.








Lieve draagt een luchtmachtblauw uniform en werkt op de communicatiedienst van Defensie. Ze breide al een tijdje, maar breien gaat zo traag, en als het resultaat niet is wat je wil, kan je weinig anders doen dan de trui aan spullenhulp schenken. Dus schreef ze zich in voor een beginnerscursus naaien bij Boho Atelier in Gent, en voor eindejaar kreeg ze een Brother Innovis’ 100 cadeau van de hele familie. “Het kost mij soms bloed, zweet en tranen, maar het lukt mij meestal wel een project tot een goed einde te brengen. Je wil niet weten hoeveel fouten ik onderweg moet rechttrekken, maar dat ziet gelukkig niemand”, lacht ze: “Trouwens, er is maar één iemand die de binnenkant van mijn kleedjes te zien krijgt, en die is voorlopig best tevreden”.
Tatiana groeide op tussen de kostuums voor spektakels en allerhande oude kledingstukken die haar vader verzamelde als kostuumontwerper. Als kind naaide ze met haar broer knuffels in hun eigen kelderatelier. Na de aankoop van haar stikgezel, een eenvoudige Singer Simple, in 2013 sloeg de koudwatervrees echter toe en duurde het tot najaar 2015 dat ze de doos durfde opendoen. Op de beginnerscursus bij Boho Atelier in Gent leerde ze spreekwoordelijk de naaiwatertjes doorzwemmen en kon ze eindelijk genieten van de look en feel van stoffen en het zalig gezoem van de naaimachine. ’’Ik heb een stofverslaving, mijn kasten puilen uit, nu nog de tijd vinden om deze om te toveren in draagbare kledingstukken’’. Tatiana draagt een donkerblauw politieuniform maar zou graag de ontwerper eens tips geven om de vrouwelijke vormen beter te respecteren.
Margot installeerde zich achter een naaimachine puur uit nieuwsgierigheid en produceerde haar eerste naaisels onder de begeleiding van het internet en een boek. Ze zit nog in het beginnersstadium van het naaien maar is wel al gebeten door het virus. Haar trouwe stikcompagnon is een Pfaff select 150. “Maar soms is mijn trouwste partner het tornmesje… helaas”. Tijdens de werkweek draagt ze een kaki legeruniform. “Maar in mijn gewone kleerkast komt er geen kaki binnen, ook geen zelfgemaakt!” verklaart ze.