Mijn Thea… een twijfelaartje

Het kan wel eens gebeuren dat ik op het eerste zicht wild ben van een patroontje, maar dat ik gaandeweg begin te twijfelen of het wel mijn ding is. Zo ook met de Thea van Zonen 09. Ik zag heel wat toffe exemplaren passeren en omdat de patronen van Zonen 09 van topkwaliteit zijn, besloot ik de ‘vrouwelijke Theo‘ voor mezelf te kopen.

Het perfecte stofje had ik ook nog liggen… Ik kocht ooit tijdens een stockverkoop drie meter viscose bij Toverstof. Daarvan maakte ik mijn eerste Lux dress, maar ik had nog een mooie lap over. Nu schijnt blauw mij goed te staan… dus een hemdje in mijn lievelingskleur kon er nog wel bij.

Doorgaan met het lezen van “Mijn Thea… een twijfelaartje”

Mijn Paulette van 12 stielen en 13 ongelukken

Bij elke linkparty van FibreMood overleggen de Girls en ik over wie welk stuk zal naaien. Zo ging Margot vorige keer resoluut voor een stoere Paulette blouse en koos ik voor een romantische Mabel. Al was de knoop niet zo snel doorgehakt deze keer, want Margot en ik durven al eens dezelfde smaak te hebben… Ik had dus wel graag de Paulette gemaakt en zij zag ook iets in de Mabel. Gelukkig valt al snel na de linkparty het magazine in de bus en kon ik alsnog aan de slag met de Paulette.

Een prachtige, zachte, kwalitatieve zijde van Liberty London (te koop bij Minerva) lag al een tijdje naar mij te lonken. Het is een stofje met een prachtige glans, een roze ondertoon en een mooie blauwe print waar je uren naar kan kijken. Omdat zo’n mooie stof niet te veel tralala nodig heeft, koos ik er -net als Margot- voor de Paulette zonder ruffles te maken.

Het is niet zo moeilijk om die ruffles weg te laten, maar je moet toch wel wat aanpassingen doen aan het patroon. Ik dacht simpelweg de beide delen van het voorpand aan elkaar te knippen, maar dat was niet zo’n goed idee. De ronding kwamen niet overeen en ik moest serieus ‘foefelen’ om ze min of meer aan elkaar te krijgen. Noot aan mezelf: volgende keer behoud je de naden en naai je gewoon de twee stukken aan elkaar. Maar bon, ik zette koppig door en knipte mijn voorpanden in één stuk.

Werken met zo’n mooi stofje, daar werd ik meteen heel gelukkig van. Bij elke geslaagde stap in het proces zag ik mezelf al flaneren in een chique blouse. Maar… de euforie was snel voorbij. Toen ik de ronde pas van de bovenrug in het rupand wilde naaien, bleek die een heel stuk te klein. Een verkeerde maat getekend in één van de patroondelen? Geen idee, maar ik loste het op met een stolpplooitje in mijn rugpand en het paste perfect in elkaar. Joepie, wat ben ik toch een goede probleemoplosser! Of niet?

Vanaf dat punt liep alles eigenlijk vlot. De werkbeschrijving is heel duidelijk en de mooie details van de blouse maakten mij weer helemaal blij. De stress van het niet-passende eendelige voorpand en van de niet-passende rugdelen smolt als sneeuw voor de zon. Zelfs het biesje van de armsplit ging verbazend vlot en zag er mooi uit. Zalig toch!

Tot… ik de kraag aan de hals moest bevestigen. Ik had het kunnen weten, maar mijn opstaand kraagje was niet minder dan vier centimeter te lang. Logisch, aangezien ik een plooi op de rug gelegd had en zo de ruimte tussen mijn schouders een stuk kleiner maakte. Damn, daar had ik dus niet over nagedacht… Ok, we kunnen niet meer terug: kraagje aanpassen en alsnog aanzetten. Weer een horde genomen! Ik voelde mij een krijger die vijand na vijand versloeg. Woehoe!

Ik had echter moeten weten dat het niet zo eenvoudig zou zijn… Ik mocht dan keer op keer de gevolgen van mijn fouten opvangen, het probleem schoof eigenlijk altijd op tot ik er niet meer omheen kon. Bij de eerste pas bleek de kraag nu zo smal te zijn, dat ze maar nét rond mijn hals paste. Mijn idee van een chique blouse die ik helemaal tot bovenaan kon dichtknopen werd ineens heel onrealistisch.

Ik maakte eerst de knoopsgaten van mijn manchetten, omdat ik er niet meteen uitkwam hoe ik het tekort aan omtrek aan de hals kon opvangen. Ja hoor, van die perfecte knoopsgaten werd ik weer heel blij. Een routchbaan, zo kan je dit naaiproces wel noemen! Na nog een paar keer passen, draaien en twijfelen besloot ik het knoopje aan de hals weg te laten, zodat ik toch wat ademruimte kreeg. Ik plaatste het knoopje daar vlak onder een centimeter lager, zodat ik het toch nog bijna-gesloten kan dragen.

Tot mijn groot geluk kan ik zeggen: eind goed, al goed. De blouse is even zacht, mooi, elegant en vrouwelijk als ik gedroomd had. Maar de weg er naartoe was een serieuse hindernispiste, om in militair jargon te spreken. Ik heb nog steeds niet de moed gehad om uit te zoeken waar ik mijn eerste fout gemaakt heb. Ik weet wel dat ik ontzettend veel geluk heb dat ik aan het einde van de rit toch nog met zo’n mooie blouse op stap mag gaan. Want deze prachtige zijde verpesten, dat zou ik mezelf nooit vergeven!

Heb jij ook zo’n stukken waarbij je telkens weer fouten maakt en corrigeert, om dan toch tot een leuk eindresultaat te komen? Ik hoor het graag!

Tot snel,
Lieve

Linna – the lady in blue

Dat ik geregeld patronen maak uit La Maison Victor mag geen geheim meer heten… Sinds ik zes jaar geleden begon te naaien ben ik fan van het magazine. Aangezien de mode tegenwoordig niet echt mijn ding is, grijp ik regelmatig naar oudere magazines. Deze keer ging ik aan de slag met de Linna uit LMV 5 (Sep-Okt) 2019.

Ik koos een prachtige lap mantelwol van Minerva in een zware kwaliteit met structuur in een prachtig marineblauw voor dit project. De stof bestaat uit 80% wol en 20% polyamide, dus de jas zal zeker warm genoeg zijn op gure winterdagen. Ik zet nooit de schaar in een stof zonder voorwas, dus op aanraden van de dames van Minerva besliste ik de stof voor te wassen op een wolwasprogramma. Dat deed ik met een klein hartje, want hoe zou de stof uit mijn machine komen? Gelukkig ging dat goed!

Doorgaan met het lezen van “Linna – the lady in blue”