Leesbeestjes kussen

De leesmicrobe is een vreemd beestje. Als kind ontdekte ik dat al die lettertjes samen een magische wereld voor me openden, vol spannende avonturen en verhalen over verre landen waar ik tot op heden enkel in mijn dromen zou geraken. Ik kon uren verdwijnen in een hoekje van ons huis met een spannend boek. Mijn lievelingsplek was mijn bed, waar ik tot grote wanhoop van mijn moeder ook ’s avonds na bedtijd met de zaklamp onder het dekbed, snakkend naar zuurstof, mijn boeken uitlas omdat ik niet wou wachten tot een nieuwe dag.

Stiekem hoopte ik dat mijn zoontjes deze microbe zouden overerven…. En ja hoor, mijn oudste zoontje is ondertussen een echte boekenverslinder, elke 2 weken moet de voorraad bibliotheekboeken worden aangevuld. Mijn jongste zoontje heeft net leren lezen  en geniet ervan om woorden en zinnen te ontdekken maar vindt het vooral zalig om voorgelezen te worden.

IMG_0716

Omdat mei de maand voor en door moeders is, maakte ik voor hen een cadeautje als moeder aka leesbeestje. Ze kregen van mij allebei een leeskussen cadeau, naar een patroon van handmade Mieke. Mieke maakte een fantastische tutorial met heel veel foto’s en een duidelijke uitleg. Enkel de blinde rits naast de paspel invoegen bleek een huzarenstukje. Bij mijn eerste exemplaar stikte ik te dicht bij de tandjes van de rits waardoor ik deze niet meer open kreeg. Gelukkig kon ik beroep doen op mijn favoriet naai-instrument, het decovitje. Als eyecatcher gebruikte ik een echt vintagestofje, een badkamergordijn van mijn ouders uit de jaren 70 met pauwtjes erop. De gerecupereerde zoom van het pauwtjesgordijn werd een hengsel.

Mijn mama is ook een leesbeestje en via het stofje wordt ook een stukje van de leestraditie in mijn familie doorgegeven aan haar kleinzoontjes. En geef toe, zouden deze kussens jullie ook niet aanzetten tot lezen?

Tot schrijfs,

Tatiana

Delfts blauw

Ik verlang naar de zomer, en naar vakantie… dus sloeg ik aan het dagdromen. Vorig jaar reisden we naar Turkije, en ineens besefte ik, dat ik daar foto’s genomen had van een top, waar ik nog niets over geschreven heb! Hoog tijd dus, dat ik daar verandering in breng…

© Moors M - P1070960

Nu ben ik geen specialist in de materie, maar de stof deed mij sterk denken aan Delfts blauw. Toen ik ze in de winkel in mijn handen had, wist ik meteen wat het moest worden: een stijlvolle, chique top. Inge droeg een dergelijk topje, en was zo lief mij het handgetekende patroontje mee te geven. Hoe fijn dat de dames van Mertens Mercerie altijd begrijpen waar ik heen wil…

© Moors M - P1080016

Het was een simpel patroontje, met enkel voor- en achterpand. De hals en zoom plooide ik twee keer naar binnen, en werkte ik af met een tweelingnaald. Ik wilde dat de mouwen soepel vielen, dus werkte ik die enkel af met een overlocksteekje.

Een uurtje werk, et voilà!

© Moors M - P1080002

Tot snel,
Lieve

Kant in Vlaanderen – een liefdesgeschiedenis

In een ver verleden deed ik een vakantiejob in een bekende kantwinkel op de Gentse Korenlei. Ik had niet echt een voorliefde voor kant maar ik kon wel uren kijken naar het prachtige oude kanten doopkleed in de etalage. Aangezien geduld niet mijn grootste deugd is, stond ik vol bewondering voor de persoon die zich aan dit prachtige stuk had gewaagd. Hetzelfde gevoel overvalt me trouwens telkens weer wanneer ik oude portretschilderijen van de 16e en 17e eeuw bekijk. De mooie kanten kragen en mouwen vallen meteen op. Soms lijkt het wel alsof ze niet groot genoeg kunnen zijn, alsof het meteen ook een statussymbool is van de rijkdom van de afgebeelde geestelijke of wereldse gezagdragers.

En hoewel kant doorheen de eeuwen ook onderhevig is geweest aan trends, zien we dat het bij ons nog steeds populair is. Mijn mede-blogsters Lieve en Margot hebben dat tijdens de maand van kant zeker bewezen.

Maar waar komt de originele kant vandaan? Niemand weet precies waar en wanneer de kant werd uitgevonden. Verschillende bronnen verwijzen naar het ontstaan van naaldkant en kloskant in de loop van de 15e Eeuw waarbij twee regio’s, (Frans-)Vlaanderen en Italië,  vechten om de eer.

Je leest het al, er bestaan dus twee verschillende manuele kanttechnieken. Naaldkant wordt gemaakt met naald en draad volgens een vast patroon. Dit patroon wordt getekend op een achtergrond die achteraf verwijderd wordt zodat enkel een stukje open kant over blijft. Kloskant ontstaat door een set klosbobijntjes aan een draad die onderling gedraaid worden en vervolgens vastgezet worden met naalden op een kussen. Wanneer het stukje is afgewerkt dan worden de naaldjes verwijderd en blijft er enkel een mooi stukje kant over.

Aangezien het maken van een stukje kant zeer arbeidsintensief was, kon enkel de hogere klasse zich deze veroorloven. In de 16e en 17e Eeuw  was kant een aantrekkelijke investering. Het kon van het ene op het andere kledingstuk geplaatst worden, het was duurzaam en de overdracht binnen de familie werd soms zelfs testamentair vastgelegd. In Vlaanderen en Italië waren het vooral kloosterordes die gespecialiseerd waren in het maken van kant, maar door de grote vraag naar kant werden overal in Europa nieuwe kantscholen opgericht. De belangrijkste centra bleven echter in Vlaanderen en Italië.

Koning Lodewijk de veertiende, de zonnekoning, kocht zoveel kant in het buitenland dat zijn minister van financiën besloot om zelf een kantcentrum op te richten in Frankrijk en zo te verhinderen dat er teveel geld naar het buitenland vloeide. Hoewel moeilijk te onderscheiden voor leken zoals ik, heeft elke school zijn eigen stijl en wordt de kant dus genoemd naar de plaats van herkomst (Brugse kant, Mechelse kant, Venetiaanse kant, Aleçon kant, Chantilly kant,….), de gebruikte techniek of het specifieke patroon (duchesse kant, ontwikkeld ter ere van de hertogin Marie-Henriette, later de vrouw van Leopold II). Aan het begin van de  18e eeuw vierde de extravagantie hoogtij en kant werd zelfs verwerkt in de enorme kapsels van de hofdames.

De Franse revolutie maakte echter een einde aan de vraag naar kant en deed de Franse kantnijverheid instorten. Met de opkomst van de industrie in de 19e eeuw, ontstond tenslotte de machinaal geweven kant. Kant werd plots een product dat voor iedereen toegankelijk werd. Toen de Britse Queen Victoria bovendien besloot in een met kant beklede bruidsjurk te huwen, werd dit bijna de standaard voor elk huwelijk. Want geef toe, elke vrouw wil zich toch een romantische prinses voelen op die speciale dag…..

queen_victoria

Vlaanderen is één van de weinige regio’s ter wereld waar de manuele kantnijverheid heeft stand gehouden. Dankzij de uitzonderlijke skills van de maaksters en de kwaliteit van onze vlasdraad is onze kant nog steeds heel erg gegeerd. Iets waar we terecht fier mogen op zijn. En ja, vanaf nu wijs ik met heel veel plezier alle geïnteresseerde toeristen de weg naar de Gentse kantwinkel!

liefs,

Tatiana

PS: wil je meer te weten komen, bezoek dan eens volgende websites

https://owlcation.com/humanities/History-of-Lace-Making

http://www.enjoylace.com/nl/geschiedenis-van-de-kant.html

Een lekkere vleermuistrui

Een paar keer per jaar staat er een outlet stoffenkraampje op de parking van Mertens Mercerie in Melle, en daar kan je prachtige koopjes doen. Een tijdje geleden tikte ik er een supermooi gebreid stofje op de kop. Ik had niet meteen een patroon voor ogen, maar dat ik er een los truitje mee wilde maken, dat was wel zeker.

Het Burda Young patroon 7678 leende zich perfect voor dit doel. Ik begon gezwind te knippen, en leerde burda7678al snel dat je een fijn en luchtig gebreid stofje best goed overlockt voor je verder gaat met naaien. De stof heeft de neiging om aan de randen te rafelen en zelfs ladders te trekken. Zoiets nadien oplossen, is haast onmogelijk. Ik heb geen overlockmachine, maar gebruik de overlocksteek op mijn machine, en dat werkt perfect.

Eens de patroondelen uit de stof geknipt, merkte ik echter op dat de trui wel heel erg doorschijnend zou worden. De stof is fijn en nogal los gebreid, dus je kan er dwars door zien. Voeren dus! Maar dat stond natuurlijk niet beschreven bij het patroon. Als niet-zo-ervaren naaister stof genoeg voor een paar slapeloze nachten. Hoe voer je een trui, zodat de binnenkant mooi afgewerkt is? Uiteindelijk vond ik mijn inspiratie hier. Na deze aha-erlebnis, ging het naaien heel wat vlotter.

Ongelofelijk hoeveel je al doende leert. Ik maak ontzettend veel fouten… een kleine onoplettendheid is dikwijls al genoeg voor uren uithaalplezier. In deze stof was de draad zo moeilijk te zien, dat uithalen bijna onmogelijk was. Op een bepaald moment had ik het achterpand er achterstevoren ingezet, wat een kleurverschil gaf met het voorpand. Er zat niets anders op dan de zijnaden los te knippen. Gelukkig is dit een los model en had ik nog wat reserve…

img_5076img_5075

Opnieuw een hindernissenparcours, maar ik ben heel blij met het eindresultaat.

Wat vind jij ervan?

Tot snel! Lieve

Aanpassingen aan het patroon: Ik maakte de mouwen langer, zodat de trui ook in het tussenseizoen draagbaar is, en de band onderaan is breder dan het originele patroon. Ik voerde de trui.

Een voetje voor

Heb jij, net als ik, geen overlockmachine? Dan raad ik je aan deze tekst extra aandachtig te lezen…

Vaak ben ik blij dat niemand mijn zelfgemaakte kleding langs de binnenkant kan zien. In de kleuterklas deed de juf al een poging het mij te leren, maar ik slaag er nog steeds niet in recht te knippen.  De randen van mijn stof zijn vaak een beetje rafelig, en met een gewone overlocksteek kan je niet alles recht trekken.

Sinds ik twee lessen volgde bij Mertens in Melle, leerde ik mijn machine stukken beter kennen, en ontdekte ik ook dat er een voetje bestaat, dat al mijn zorgen wegvaagt: de zijsnijder. Geen goedkope voet, maar zijn centen meer dan waard! Ik zorg er nu voor voor dat de naadwaarde op de juiste plaatsen wat breder is, en laat mijn voetje zijn werk doen. Het resultaat? Een perfect rechte, mooi afgewerkte rand.

Hoe gaat het in zijn werk? Je selecteert een overlocksteek, speldt je stoffen met de goede kanten op elkaar, en knipt ze op een centimeter van de rand een stukje in. Dan leg je de stoffen zo op de voet, dat de knip onder het mesje ligt, en leg je de stof waar je naald begint te naaien. De rest gaat vanzelf!

Heb jij zo’n voetje dat je niet meer kan missen?

Tot snel,
Lieve