Upcycling: van 1 naar 10

Ik moet toegeven. Upyclen, ik doe dat niet veel. Mijn oude kleren belanden in de Oxfam-winkel, in de kledingcontainer of in de voddenmand. Ik vind het altijd zo zonde om de schaar in de stof te zetten en dan denk ik: “Waarschijnlijk kan iemand anders wel iets doen met dit kledingstuk, maar dan liefst zonder gaten.” Dus zodoende: no upcycling for me…

Ik heb tot nu toe nog maar een projectje geupcycled en dat is mijn kussensloop. Ik moet toegeven dat ik wat nostalgische gevoelens heb bij dat ding want het was mijn eerste naaiprojectje. Ik wilde daar geen te dure stof aan spenderen, het was een makkelijk katoenen stofje met veel rechte lijntjes en feitelijk vond ik het dessin nog wel iets hebben. Een beetje retro en ik ben zot op geometrische dessins.

Na het eerste projectje dat ik uit mijn voormalig slaapaccessoire naaide, vond ik het resultaat zo leuk dat ik daarna mijn volledige naai-uitzet uit dezelfde kussensloop besloot te maken.  Een volledige set als je wilt, en zolang er nog stof over was bleef dat ding dé print voor mijn naaiartikels.IMG_20180620_121314664_HDR

Het begon met een speldenkussen. Erg simpel, maar als ik nu kijk hoe ik dat ding heb dichtgenaaid met de hand, besef ik dat ik toch al heel wat geleerd heb. Maar het doet nog steeds deugd om mijn allereerste ervaring met het naaien dagelijks te kunnen gebruiken.

IMG_20180620_121543848Mijn tweede projectje betekende ook mijn eerste ervaring met een rits (alweer nostalgie!) want toen rolde mijn eerste etuitje (met voering) van onder mijn naaimachine. Ik gebruik het nu om mijn knijpers en oorbelletjes, die ik als markering gebruik, in op te bergen.

Daarna las ik dat elke naaister wel een paar verzwaringszakjes nodig heeft om het patroon op zijn plaats te houden. Ik had er drie gemaakt maar erg zwaar waren ze niet, dus heb ik er nog eens drie bijgemaakt met iets meer gewicht. Als vulling gebruikte ik gedroogde witte bonen, erwten en linzen (als er ooit hongersnood komt, heb ik dus nog iets achter de hand, handig).

IMG_20180620_121206200_HDRIMG_20180620_121138912_HDR

IMG_20180620_121241798_HDRVolgende projectje: een tweede speldenkussen, gevuld met staalwol natuurlijk om de puntjes scherp te houden. Deze versie is voor mijn dunnere speldjes, die ik gebruik als ik met kant, viscose of een andere fijne stof werk. Ik probeer die speldjes altijd streng gescheiden te houden.

En toen was er nog net voldoende stof over om een tweede etui te maken om mijn overlockgereedschap in op te bergen. Een iets langer etui, met een vrolijke rits uit de goodiebag van ons naaiweekend in Malle. Mijn pincet, schroeverdraaier en spullen die ik tot nu toe nog niet heb moeten gebruiken maar wel bij te houden zijn, zitten erin.

IMG_20180620_121808198wp-15294989779221832441550.jpg

Als ik mijn hele naaiset nu bekijk, vind ik het verrassend welke leuke dingen ik allemaal uit mijn slaapmaatje haalde. Natuurlijk loont het ding zich er super voor: grote, rechte vlakken die je makkelijk kunt hergebruiken. Dus voor beginnende naaisters: zoek een leuk kussensloop en oefenen maar.

Eén kussensloop toverde ik dus om in tien dingen. En er bleef erg weinig stof over: met veel moeite een reepje van 9 cm. Als dat geen upcyclen is!

Tot schrijfs,

Margot

Tien tips om te naaien met geometrische prints

Een effen stofje is erg dankbaar om te naaien. Geen gedoe met tekeningen die op hun kop staan, of gepruts met een verschillende voor-en achterkant. Bij effen stofjes maakt dat allemaal niet uit. Maar  prints… dat is een andere paar mouwen. Daar moet je op een heleboel dingen letten, zeker als je werkt met geometrische prints.

Dus hier een aantal tips die ik door scha en schande heb geleerd. Hopelijk kunnen jullie er iets mee doen.sew challenge5

  • Bezint eer ge begint. Geometrische prints zijn er in alle vormen en maten. Als je voor de eerste keer iets wilt laten doorlopen, kan  je misschien beter beginnen met een hele simpele  print die vaak terugkomt.
  • Meer is beter: koop iets meer stof als je strikt genomen nodig hebt. Vooral als je een moeilijke print hebt, zal je soms meer ruimte nodig hebben om iets op de juiste plaats te knippen, en heb je meer stofverlies. Daarbij  kan je wel eens  iets verkeerd knippen (ik in elk geval wel). Dan is het handig dat je wat reserve hebt.
  • Knippen is de kunst: je patroondelen uitknippen is de sleutel tot succes en bepaalt enorm veel. Neem je tijd om je patroon uit te leggen op je stof en er goed over na te denken. Leg de patroondelen in de goede volgorde, zodat je makkelijker ziet wat waar moet doorlopen…
  • Zorg dat je alle patroondelen in dezelfde richting legt. Vooral bij tekeningen is het zo jammer als je één patroondeel op zijn kop hebt geknipt. Niemand zal het merken maar jij weet het wel…
  • Hoe meer patroondelen, hoe meer kans op problemen. Probeer eventueel om bepaalde gedeeltes in één stuk te steken, bv om het voorpand ipv een lijfje en rok, in een stuk over te tekenen.
  • Ga voor goud: kies je voor een moeilijke print zoals tartan, ga dan voor de 100 % en probeer alles te laten doorlopen. De panden van je rok, je boordband, je mouwen… Probeer zo precies mogelijk te werken, want elke cm die je er met geometrische lijnen naast zit, zie je direct.
  • Pas op voor nepen. Nepen zijn handig om een kleedje mooi te laten aanpassen, maar zorg dat je nepen op exact dezelfde plaats beginnen en eindigen aan beide kanten. Verschil zie je direct.
  • Denk aan de naadwaarden. Die 1 of 1.5 cm ga je niet zien, maar kunnen er wel voor zorgen dat je patroon niet meer doorloopt. Speld tijdens het knippen je naadwaarden om, zodat je kan zien vanaf wanneer je weer op spoor zit.
  • Ga niet uit de bocht. De bochten zijn het moeilijkste, zoals bijvoorbeeld bij de kraag. Heb geduld, blijf spelden en proberen totdat je ook daar er perfect op zit.
  • Driegen is een deugd. Ikzelf ben geen fan van driegen maar soms moet het. Lukt het niet goed om je patroonstukken goed te spelden, is driegen een goede oplossing.

Ken je er nog? Laat het me weten. Ik kan nog steeds tips gebruiken.

Tot schrijfs.

Margot

Speldenkussentje van staal

Speldenkussentjes, je hebt ze in allerlei vormen en maten. Het was mijn eerste naaiprojectje, dat ik maakte met de stof van een oude kussensloop, en ik gebruik het nog steeds…

Maar ik las op het net een DIY-tip om je spelden scherp te houden: vul je kussen met staalwol. Het is ergens wel logisch: telkens als je je speld in je kussentje duwt, vijlt de stalen vulling je speldje bij. Voor mijn fijnere lingerienaalden wou ik nog een apart speldenkussentje maken, da’s de perfecte gelegenheid om die tip uit te testen.

speld5Dus, ik naar de doe-het-zelf-zaak om een bos staalwol (of hoe zeg je dat?), en ik ging aan de slag! Als je dit doet:  er bestaat staalwol waar een bepaalde zeep in zit. Zorg dat je die niet pakt, want dan zitten je  naaldjes en je stofjes vol met vlekken. Gewoon droge staalwol nemen.

Het kussentje maken is niet moeilijk, maar de staalwolvulling maakt het niet zo makkelijk om het overal gelijk op te vullen. Even je tijd voor nemen. Zorg dat je dit doet boven een plastieken zeil of zo, want het stof van dat staalwol krijg je niet zomaar uit je beste tafelkleed.

Het resultaat is een iets bobbeliger kussen, en als je er speldjes in duwt, gaat dat iets moeilijker.

Of het effectief werkt? Logischerwijs wel, en ikzelf ben nog geen enkele stompe naald tegengekomen. Integendeel, ik vloek nog steeds even hard als ik er in eentje grijp…

Kende jij de tip?  Werkt-ie bij jou? Laat het ons weten!

Tot schrijfs,

Margot