Ingewikkelde Elisa of niet?

Wat voor type jurken draag jij graag? Ik draag bijna alles: iets straks, een A-lijn of zelfs wat retro. Ik vind alles leuk maar er moet wel iets van figuur in zitten. Maar iets waar ik me nog nooit aan had gewaagd en zelfs nog nooit gedragen had, was een wikkeljurk.

@ Lieve Deduytschaever 180609 04

Continue reading “Ingewikkelde Elisa of niet?”

Tien tips om te naaien met geometrische prints

Een effen stofje is erg dankbaar om te naaien. Geen gedoe met tekeningen die op hun kop staan, of gepruts met een verschillende voor-en achterkant. Bij effen stofjes maakt dat allemaal niet uit. Maar  prints… dat is een andere paar mouwen. Daar moet je op een heleboel dingen letten, zeker als je werkt met geometrische prints.

Dus hier een aantal tips die ik door scha en schande heb geleerd. Hopelijk kunnen jullie er iets mee doen.sew challenge5

  • Bezint eer ge begint. Geometrische prints zijn er in alle vormen en maten. Als je voor de eerste keer iets wilt laten doorlopen, kan  je misschien beter beginnen met een hele simpele  print die vaak terugkomt.
  • Meer is beter: koop iets meer stof als je strikt genomen nodig hebt. Vooral als je een moeilijke print hebt, zal je soms meer ruimte nodig hebben om iets op de juiste plaats te knippen, en heb je meer stofverlies. Daarbij  kan je wel eens  iets verkeerd knippen (ik in elk geval wel). Dan is het handig dat je wat reserve hebt.
  • Knippen is de kunst: je patroondelen uitknippen is de sleutel tot succes en bepaalt enorm veel. Neem je tijd om je patroon uit te leggen op je stof en er goed over na te denken. Leg de patroondelen in de goede volgorde, zodat je makkelijker ziet wat waar moet doorlopen…
  • Zorg dat je alle patroondelen in dezelfde richting legt. Vooral bij tekeningen is het zo jammer als je één patroondeel op zijn kop hebt geknipt. Niemand zal het merken maar jij weet het wel…
  • Hoe meer patroondelen, hoe meer kans op problemen. Probeer eventueel om bepaalde gedeeltes in één stuk te steken, bv om het voorpand ipv een lijfje en rok, in een stuk over te tekenen.
  • Ga voor goud: kies je voor een moeilijke print zoals tartan, ga dan voor de 100 % en probeer alles te laten doorlopen. De panden van je rok, je boordband, je mouwen… Probeer zo precies mogelijk te werken, want elke cm die je er met geometrische lijnen naast zit, zie je direct.
  • Pas op voor nepen. Nepen zijn handig om een kleedje mooi te laten aanpassen, maar zorg dat je nepen op exact dezelfde plaats beginnen en eindigen aan beide kanten. Verschil zie je direct.
  • Denk aan de naadwaarden. Die 1 of 1.5 cm ga je niet zien, maar kunnen er wel voor zorgen dat je patroon niet meer doorloopt. Speld tijdens het knippen je naadwaarden om, zodat je kan zien vanaf wanneer je weer op spoor zit.
  • Ga niet uit de bocht. De bochten zijn het moeilijkste, zoals bijvoorbeeld bij de kraag. Heb geduld, blijf spelden en proberen totdat je ook daar er perfect op zit.
  • Driegen is een deugd. Ikzelf ben geen fan van driegen maar soms moet het. Lukt het niet goed om je patroonstukken goed te spelden, is driegen een goede oplossing.

Ken je er nog? Laat het me weten. Ik kan nog steeds tips gebruiken.

Tot schrijfs.

Margot

Gestuit op ruit: mijn Mary

Hou jij van prints? Ik wel. Vooral geometrische dessins, ik word er steeds naar toe getrokken.

tartan2Zo ook, toen ik in een stoffenwinkel Den Boom in Lier met mijn moeder rondwandelde, en op een soort tartan stofje stuitte… Instant interesse… wat kan je daarvan maken?

Ik kreeg het stofje cadeau van moederlief (dank je mama!), maar ik had feitelijk nog geen patroon in gedachten. Wel moest het een elegant, beetje retro kledingstuk worden, met lange mouwen en een eenvoudige vorm, want het stofje spreekt voor zichzelf.

Inspiratieloos bleef de lap even in de stoffendoos liggen, en op zoek naar een goed patroon, ging ik bij Marie Karo langs. Na een kop koffie en een lang overleg met Moeder Spruyt en een toevallige klant, kwamen we tot de besluiten:
1. Niet te retro gaan want dan wordt het te stereotiep.
2. De Mary jurk van La Maison Victor zou elegant zijn, zeker als je het wat meer centreert.

 

Ik had me voorgenomen, om de jurk uit zo weinig mogelijk patroondelen te maken. Want, dessins wilt zeggen, dat je de stukken moet matchen. Omdat mijn rits toch in de zijnaad zat, dacht ik slim te zijn, en het rugpand in een stuk te knippen, kwestie dat de lijnen daar al mooi doorlopen. Ook het voorpand maakte ik in minder patroondelen als aangegeven op het patroon. Maar ik wou het centreren. Dus moest ik mijn rugpand toch aanpassen, en innemen om het mooi te krijgen.  Het spelden en bijhorende gevloek was weer niet van de lucht…

Mary heeft een beleg, maar ik wou het lijfje van de jurk ook voeren, en die beiden samen… ik geraakte er niet wijs uit. Lieve haar nuchtere oplossing: haal dat beleg dan weg … Juist.

Met enkel een jurkje te voeren, dacht ik dat ik er wel snel ging zijn,,maar dat was buiten mijn ruimtelijk inzicht gerekend. Want mijn inzicht en de ruimtelijke realiteit hebben wel eens ruzie…om het op zijn zachtst te zeggen… Daarbij heeft Mary een heel leuke kraag uit verschillende stukjes, die ook moesten gevoerd worden.

Soit, ik bespaar je het hele verhaal, maar mijn Mary voeren werd een nachtmerrie.

tartan5Lieve had al een paar keer gevraagd hoe het met mijn tartanjurkje ging, maar ik had steeds het gevoel dat ik meer achteruit ging en lostornde, dan dat ik in elkaar zette.

Maar na nog een paar avondjes de voering beetje bij beetje te verbeteren, en de jurk om te zomen, ben ik wel gecharmeerd door mijn tartanlapje. Met donkere kousen en zwarte schoentjes, is ie af.  Klassiek, maar toch net iets anders. Mijn stijl dus.

Wat vind jij ervan? En werk jij wel eens met ruitjes?

Tot schrijfs,

Margot