Speldenkussentje van staal

Speldenkussentjes, je hebt ze in allerlei vormen en maten. Het was mijn eerste naaiprojectje, dat ik maakte met de stof van een oude kussensloop, en ik gebruik het nog steeds…

Maar ik las op het net een DIY-tip om je spelden scherp te houden: vul je kussen met staalwol. Het is ergens wel logisch: telkens als je je speld in je kussentje duwt, vijlt de stalen vulling je speldje bij. Voor mijn fijnere lingerienaalden wou ik nog een apart speldenkussentje maken, da’s de perfecte gelegenheid om die tip uit te testen.

speld5Dus, ik naar de doe-het-zelf-zaak om een bos staalwol (of hoe zeg je dat?), en ik ging aan de slag! Als je dit doet:  er bestaat staalwol waar een bepaalde zeep in zit. Zorg dat je die niet pakt, want dan zitten je  naaldjes en je stofjes vol met vlekken. Gewoon droge staalwol nemen.

Het kussentje maken is niet moeilijk, maar de staalwolvulling maakt het niet zo makkelijk om het overal gelijk op te vullen. Even je tijd voor nemen. Zorg dat je dit doet boven een plastieken zeil of zo, want het stof van dat staalwol krijg je niet zomaar uit je beste tafelkleed.

Het resultaat is een iets bobbeliger kussen, en als je er speldjes in duwt, gaat dat iets moeilijker.

Of het effectief werkt? Logischerwijs wel, en ikzelf ben nog geen enkele stompe naald tegengekomen. Integendeel, ik vloek nog steeds even hard als ik er in eentje grijp…

Kende jij de tip?  Werkt-ie bij jou? Laat het ons weten!

Tot schrijfs,

Margot

Creatief met restjes

Stofjes… je hebt er nooit genoeg… Ik probeer altijd zo profijtig mogelijk te knippen, in de hoop dat ik nog een stukje over hem om later iets leuks te maken. Maar, naast mijn steeds groeiende stoffenvoorraad, heb ik ook plastic zakken vol restjes die niet groot genoeg zijn om nog kleding te maken voor een volwassene.

Wat kan je daar dan nog mee doen? Helemaal in de kerstsfeer, kreeg ik ineens een ideetje… Waarom de restjes niet verknippen om cadeautjes in te verpakken? Waar ik hem ooit vandaan gehaald heb, daar heb ik geen idee van, maar ik had ergens diep onder in de kast nog een grote, zachte, halfdoorzichtige, witte, papier-stofachtige zak liggen. Zo eentje waar ze ook dure handtassen in verpakken, weet je wel?

De zak knipte ik op maat van mijn cadeautje, naaide de zijkanten opnieuw dicht, en zoomde de rand om. Ik zocht mijn meest kerst-achtige stofjes, kleurig of met glittertjes, en knipte er sterren van. Een aandachtige lezeres herkent er meteen de stof van mijn Kyotojurk in, of de Abby… Die sterren naaide ik met een dichte zigzagsteek op de zak. Ergens had ik nog een doosje gekleurde kam snaps liggen, en die gebruikte ik om de zak te sluiten.

Een middagje lekker creatief zijn, dat kan toch zo’n deugd doen. En al vrees ik dat de verpakking de eeuwigheid niet zal trotseren, ik hoop dat ze toch opvalt onder de kerstboom.

Tot snel,

Lieve

Sewing hack: merkdraadjes doorprikt

Niet dat ik goed ben in het lezen van naaibeschrijvingen, maar als ze beginnen over merkdraadjes, krijg ik al jeuk….

Nochtans is het principe van merkdraadjes heel simpel: een draadje met een knoopje aan beide zijden van de stof, om een plekje te markeren. Ik weet niet hoe jullie dat doen, maar ik verlies dus uren (‘t zal wat minder zijn, maar kom) en mijn geduld om die draadjes te maken.

Het gepriegel met die knoopjes en mijn onhandige vingers, doet mijn moed snel zakken. Dus mijn sewing hack: ga naar een winkel en koop daar goedkope, simpele oorbelletjes. Markeer de plek door je oorbel erop te spelden, en je bent van dat geknoop vanaf.

Koop je oorbelletjes wel zo plat mogelijk, want anders krijg je moeilijkheden om er net naast te stikken. Kijk ook naar de punt  van je oorbelletjes: hoe dunner en scherper, hoe beter voor je stof natuurlijk.

Probeer het eens en laat weten wat je ervan vindt. Maar voor mij geen geknoop meer!

Tot schrijfs,

Margot

Een voetje voor

Heb jij, net als ik, geen overlockmachine? Dan raad ik je aan deze tekst extra aandachtig te lezen…

Vaak ben ik blij dat niemand mijn zelfgemaakte kleding langs de binnenkant kan zien. In de kleuterklas deed de juf al een poging het mij te leren, maar ik slaag er nog steeds niet in recht te knippen.  De randen van mijn stof zijn vaak een beetje rafelig, en met een gewone overlocksteek kan je niet alles recht trekken.

Sinds ik twee lessen volgde bij Mertens in Melle, leerde ik mijn machine stukken beter kennen, en ontdekte ik ook dat er een voetje bestaat, dat al mijn zorgen wegvaagt: de zijsnijder. Geen goedkope voet, maar zijn centen meer dan waard! Ik zorg er nu voor voor dat de naadwaarde op de juiste plaatsen wat breder is, en laat mijn voetje zijn werk doen. Het resultaat? Een perfect rechte, mooi afgewerkte rand.

Hoe gaat het in zijn werk? Je selecteert een overlocksteek, speldt je stoffen met de goede kanten op elkaar, en knipt ze op een centimeter van de rand een stukje in. Dan leg je de stoffen zo op de voet, dat de knip onder het mesje ligt, en leg je de stof waar je naald begint te naaien. De rest gaat vanzelf!

Heb jij zo’n voetje dat je niet meer kan missen?

Tot snel,
Lieve

Kennismaking met het rolmes

Ik mag dan graag naaien, de voorbereidingen vind ik eigenlijk een kleine verschrikking. Een patroon kiezen (teveel keuze), stof kiezen (hoe weet ik nu hoe die stof gaat vallen?), patroon overnemen (uiteraard de merktekens vergeten) en vervolgens de stof knippen. Om één of andere reden geeft het knippen van de stof mij het meeste stress: ik wil graag zo goed mogelijk knippen en vooral het maximum uit mijn (soms behoorlijk dure) stof halen.  Helaas heb ik nog niet de juiste techniek of juiste schaar ontdekt om mijn stof goed te knippen. Er verschijnen happen in de bochten en door het optillen van de stof zit ik er steeds enkele millimeters naast.

Maar op een dag ontdek ik dankzij Margot, mijn mede-blogster, dit kleine wonder: een rolmes van 45mm. Op Snaply verkrijgbaar met snijmat formaat A1 en een liniaal. Gedaan met mijn snijfrustraties!

20161110_125800

Ok, snijden met een rolmes vraagt wel wat handigheid en concentratie! Gebruik altijd een snijmat, zeker als je geen diepe krassen wil op je tafel, parket, linoleum of andere gebruikelijke ondergrond. Het snijvlak is vlijmscherp, dus hou je vingers en nagels best uit de buurt. Voor de kleine (en grotere)  vingertjes is er trouwens een extra beschermingskap voorzien om na gebruik het rolmes terug op te bergen. Je mag ook enkel voorwaarts snijden, dus niet heen en weer want dat doet je stof samentrekken.. Het rolmes rust perfect op een liniaal, dus rechte stukken zijn nu een makkie. De bochten vragen een soepele hand, maar blijkbaar lukt het mij beter dan met een schaar. En voor mij het allerbelangrijkste,  de resultaten op tricotstoffen zijn even perfect als op katoen!

Ik ben dus heel tevreden met mijn rolmes! En nog een budgetvriendelijke tip: rolmesjes vindt je in verschillende maten in bijna alle doe-het-zelf zaken (GAMMA, Brico,…), de goedkopere snijmatten zijn verkrijgbaar bij Action.

Tot schrijfs,

Tatiana

Mijn Brother Innov’is 100 op rapport

Deze titel vond ik zo leuk, dat ik hem van mijn lieve vriendin Margot gepikt heb. Ook ik zou graag iets vertellen over mijn trouwe naaimaatje. Met een paar weken naaiervaring bij Boho Atelier in de vingers, vond ik het, ergens eind vorig jaar, tijd om thuis aan de slag te gaan. Al na de eerste les voelde ik dat die veertien dagen tussen twee naaicafé’s in voor mij te lang waren. Het kriebelde serieus om meteen naar de winkel te lopen, maar een naaimachine is toch een niet te onderschatten investering. Natuurlijk kan je er voor 70 euro eentje kopen in de Aldi of de Lidl, maar ik hoorde en las overal dat zo’n goedkoop exemplaar je dromen van prachtige, eigengemaakte haute couture vaak voortijdig in de vuilbak laat belanden. Een beetje rondkijken en vergelijken kan dus helemaal geen kwaad!

Uiteindelijk viel mijn oog op de Brother Innov’is 100 en mijn schonaaimachineonzus was zo lief met de hoed rond te gaan, zodat ik dit pareltje met kerst onder de boom vond. Intussen is mijn ‘broertje’ alweer enkele maanden mijn trouwe bondgenoot. Waarom ik deze machine koos? Eerst en vooral wilde ik een betrouwbaar toestel met een krachtige motor, zodat ik verschillende lagen jeans de baas kan, als ik dat ooit zou willen. Een machine die niet bang is van tricot, want je kan de druk van je persvoet aanpassen, zodat je soepel stofje niet naar binnen geduwd wordt, maar mooi meeloopt met de naald.

Toen ik deze Brother koos, vond ik het niet zo erg dat er maar dertig steken mogelijk waren. Letters en cijfers behoren niet tot de opties, maar ik heb wel zes mogelijk knoopsgaten, die ook automatisch gemaakt worden. Nu ik wat beter kan naaien (alles is relatief natuurlijk), mis ik echter af en toe een leuk fantasiesteekje. Het zou ook wel leuk zijn als ik de namen van mijn neefjes op hun t-shirt kon borduren.

Ik ging volop voor het gebruiksgemak, en extraatjes zoals een automatische draadinrijger en draadafsnijder zijn mooi meegenomen. Aan het einde van mijn stiksel hecht de machine automatisch, trekt ze de draden door de stof, en snijdt ze de draadjes af. Ik kan de stiksnelheid aanpassen, wat zeker in het begin wel handig was, en dankzij de vrije arm kan ik ook kleine stukjes, zoals een armsgat of een polsboord, makkelijk afwerken. De dubbele LED verlichting was ook een pluspunt, want ik naai meestal ’s avonds. Ik wilde per sé een harde koffer, zodat mijn ‘broertje’ ook mee kan op uitstap met mijn naaivriendinnen.

Voor iedereen rondom mij is het heel duidelijk:
I love my sewing machine ♥
Ze krijgt van mij een dikke 9 op 10.

Ben jij ook zo blij met de jouwe?

Tot snel,
Lieve

Mijn maatje Sofie

Naaien doe je nooit alleen: je kondigt je project aan, vraagt om raad tijdens je maakproces, snauwt naasten af bij problemen,  stoeft met je creatie… yep, er zijn veel mensen betrokken bij het naaiproces.

maatje-sofie2Een stille partner aan mijn zijde is mijn maatje Sofie, de paspop. Initieel gekocht om een avondkleed op te hangen zodat dat mooie ding niet wegkwijnt, weggepropt in de kast.

Maar regelmatig verwisselt Sofie haar galaoutfit voor wat lappen stof, wordt ze volgespeld en wordt er uren met haar gedraaid en geprutst. Nee, Sofie heeft het niet makkelijk, maar ze klaagt nooit.

Een paspop met jouw maten is eigenlijk onontbeerlijk. Op een pop zie je of je de stukken mouw aan het samenspelden bent, in plaats van aan een jaspand.  Als je niet gezegend bent met veel ruimtelijk inzicht, is het uitproberen op een pop erg belangrijk om grote blunders te voorkomen.

maatjesofie3Sofie is wel gemaakt uit isomo dus ik vrees dat over een jaartje, ze wel schade gaat ondervinden van al die speldjes. Ik denk er ook aan om ooit zo’n verstelbare paspop te kopen, zodat je al je lichaamsmaten helemaal kunt nabootsen.

Nu is dat niet het geval:  mijn rug is breder dan die van Sofie, en mijn breedste punt komt niet overeen met haar taille. Dat is dus wel belangrijk te onthouden: ” ’t Is niet omdat het Sofie past, dat ik er ook in geraak.”

Met een verstelbare paspop kan je ook andere personen hun maten beter nabootsen (mochten er ooit mensen zo moedig zijn om mij naaiprojecten toe te vertrouwen).

maatje-sofie5

Maar de aankoop is nog niet aan de orde,  mijn naaimaatje is nog lang niet afgeschreven.

Ik heb trouwens geen idee hoe ik dat ooit aan Sofie zou moeten uitleggen….

Tot schrijfs,

Margot

Patronen overtekenen op puinzakken

Ook zo aan het sukkelen met het overtekenen van je patroon op papier? Zie je niet meer welke lijn naar waar loopt?

wp-1474829489678.jpgOm die visuele spaghetti iets duidelijker te maken, kan je doorzichtig plastiek gebruiken.

Een praktisch en goedkoop voorbeeld zijn de puinzakken uit de Action. Groot genoeg als je ze open knipt, en je ziet door al de lijnen je patroon weer.

wp-1474829519666.jpg

 

Je tekent gewoon met een balpen of een permanente stift. Bovendien glijdt je schaar erdoor als door boter. En het plastic is veel sterker als doorsnee patroonpapier.

wp-1474829506452.jpgLet op: in de winkel liggen ze niet bij de andere vuilzakken maar in de doe-het-zelf-afdeling.

Nuttige tip? Wat gebruik jij als alternatief voor het kalkpapier? 

Tot schrijfs,

Margot

  

De wonderen van het driegen…

Misschien valt het niet zo op als je mijn tekstjes leest, maar ik ben eigenlijk wat je noemt een ‘luie naaister’. Het voorbereidingswerk neemt de meeste tijd in beslag, maar is net het deel dat ik verafschuw. Ik heb namelijk niet zo veel geduld. Bij mij moet het vooruit gaan!

Mijn vriendin Veerle, een ervaren naaister, zweert bij driegen. Ik kies bijna altijd voor spelden, en dan gebruik ik er zo weinig mogelijk. Menige ervaring met het decovitje heeft er echter toch voor gezorgd dat ik voor mijn jumpsuit de naald ter hand nam.sewing-1092797_1920 En, oh wonder, ik ontdekte de voordelen van een degelijke voorbereiding!

Driegen of rijgen gebruik je om stofdelen aan elkaar vast te maken, zodat ze niet verschuiven tijdens het stikken. Vooral bij soepele stoffen, zoals dunne tricot of viscose, kan dat wel eens mis gaan. Ten tweede is driegen ook heel handig vlak voor de eerste pas. Als je panden aan elkaar gestikt zijn, wordt het een heel werk om de maten nog aan te passen. Je driegdraad trek je er makkelijk uit. Ten derde kan je een gedriegde stof makkelijker plooien en strijken. Vierde voordeel: je hoeft niet te stoppen met stikken om de naalden uit je stof te halen. Eigenlijk win je dus tijd!

Een paar tips:

  • Gebruik een iets dikkere draad in een contrasterende kleur, zodat je hem na het stikken makkelijk kan verwijderen.img_6183
  • Maak grote, losse steken. Trek de draad niet aan, want dan gaat je stof rimpelen of kreuken. Het kan ook makkelijk met de machine. Ik selecteer een grote, rechte steek, maar hecht niet aan begin en einde.
  • Stik net naast je rijgdraad, en niet op dezelfde lijn. Zo stik je de draad niet vast, en kan je hem nadien, jawel, makkelijk weghalen. IMG_5188

Heb je iets aan deze tips? Veel succes met het driegen!
Lieve

Mijn Pfaff 150 op rapport

Een gesprek tussen naaisters mondt vaak uit in een vergelijking van hun werkpaardjes en waarom ze dat merk hebben gekocht.

Omdat de vraag : “Hoe tevreden ben jij van je naaimachine?” vaak terugkomt, hier het rapport van mijn naaimaatje. Eventjes voorstellen: mijn Pfaff Select 150 – nickname Marie – is een mechanische naaimachine van twee jaar oud, met een zwaardere motor en een boventransport. pfaff1

Ikzelf heb het hele proces voor de aankoop van een naaimachine niet moeten doorlopen. De mijne stond thuis eenzaam weg te kwijnen en ik hoorde dat Pfaff best wel een goed merk was.

Zoals gezegd is Marie van het mechanische type. Dat wilt zeggen dat ik zelf nog zit te knoeien om mijn onderdraad op te halen. Mechanisch wil ook zeggen dat Marie steeds doet wat ik haar vraag… En niets meer. Achteruit stikken? Ja, zolang ik de knop indruk en geen steek langer. Haal ik mijn voet van de pedaal, stopt ze direct met whatever ze bezig is

Pfaff2Moderne machines maken eerst hun steek af en stikken automatisch x steken naar achter. Niet ons Marie. Ik vind die simpele mechaniek super. Het doet precies wat ik vraag en niets meer. Lekker simpel. Misschien toch een militair kantje?

Ik heb nu een paar keer op verplaatsing genaaid en eens met andere machines kunnen werken. En ik moet toegeven: computergestuurde modellen hebben zeker hun voordelen. Geen  onderdraad meer moeten ophalen, zou ik niet erg vinden bijvoorbeeld. Of iets meer communicatie als er iets niet klopt. Modernere machines geven een foutmelding. Marie zegt niets maar loopt vast, maakt een akelig geluid of vreet mijn stof op. Ook duidelijk dat er iets mis is maar too little, too late.

Pfaff4Toch ben ik erg tevreden met mijn naaimaatje. Het boventransport helpt mij de laagjes stof beter te bedwingen dus dat vind ik wel makkelijk. Je kan het ook afzetten. Verder heb alle basissteken (recht, stretch, zigzag, overlock, knoopsgat, tweelingnaad). Die laatste opties vind ik een must  voor elke naaimachine (hoewel mijn eerste knoopsgat nog gemaakt moet worden -shame on me!).

Fantasievolle afwerkingen zijn niet Marie haar ding. Ze kent wel een paar siersteekjes maar het blijft erg basic.  Er zat wel een set speciale voetjes bij voor kralen, decoratieve steken maar die heb ik nog niet geprobeerd. Blijkbaar houden we beiden niet zo van franjes.Pfaff3

Het is volgens mij een vrij stille machine  – ik heb mijn man nog niet horen klagen als ik in de living werk- maar Marie is geen lichtgewicht. Ze weegt 7.1 kg en dat maakt ermee rondsleuren niet aangenaam. Ander minpuntje: de harde cover heeft geen apart vakje voor het pedaal. Lijkt een detail maar ik zag een hoe een collega bij het inpakken haar pedaal in een apart vakje stopte en ik was stik☺jaloers.

Maar in het algemeen: ben ik er tevreden van? Zeker en vast. Een heel degelijke dame, recht door stof, zonder veel tierelantijntjes maar super om al je technieken aan te leren.

En jij? Wat vind jij super aan je naaimachine?

Tot schrijfs,

Margot