Blauw is met vlag en wimpel mijn lievelingskleur. Toen ik als jong meisje op de Visitatie zat, vonden mijn klasgenootjes het vreselijk een uniform te moeten dragen. Ik was er blij mee, want ik mocht elke dag blauw dragen! Van blauw word ik blij, en het staat mij ook nog eens heel goed. Je vindt de kleur dan ook overal terug in mijn garderobe.
Sinds ik zelf mijn kleren maak, grijp ik ook steeds vaker naar een leuke print. Mijn Astertrui werd een sterrentruitje, en ook in mijn home-made pyjama vind je sterretjes terug. Het kan dus toeval zijn, maar op het Stoffenspektakel in Kortijk viel mijn oog meteen op een leuke sweaterstof met… inderdaad… blauwe glittersterretjes! Glitter, sterren én blauw: op mijn lijf geschreven!
Het patroontje lag uitgetekend voor mij klaar. De Burda Young 7678 passeerde hier al de revue. Ik hou van de vleermuismouwen, van de lengte, tot net op mijn billen (want ik gruwel van een blote rug!) en van de manier waarop het losjes rond mijn bovenlichaam valt. Het leuke aan n
aaien is: je kan eindeloos variëren met een patroon, en zelfs bij de derde versie is het toch weer iets totaal anders! Zo werkte ik bijvoorbeeld de halsboord deze keer anders af. Ik gebruikte geen boordstof, en daardoor stond de kraag nogal recht omhoog. Ik plooide de hoekjes van de halsboord om, zodat het in de verte nu een beetje lijkt op een enveloppehals…
Sweaters zijn weer in, en daar ben ik superblij om. Wil ik deze trui iets gekleder dragen, dan combineer ik hem met een jeansjasje, een leuk sjaaltje en hakken. Ga ik voor een sportievere look, dan kies ik voor de ‘naakte’ versie op een jeans en met sneakers. Ben ik de trui ooit beu, dan ga ik er gewoon lekker mee sporten. Dit kan niet missen!
Heb jij ook zo’n patroon waarmee je eindeloos kan variëren? Een kledingstuk dat je zo graag draagt, dat je er talloze versies van maakt?
Tot snel!
Lieve




moest trekken aan de stof, om alles mooi te laten aansluiten. Het fotokatoen rekte haast niet, dus daar moest ik af en toe heel creatief zijn om het op te lossen. Ik stikte rij per rij, op een centimeter van de rand, aan elkaar. Van zodra twee rijen klaar waren, streek ik de randen open, en stikte ik de rijen aan elkaar. Zo groeide de plaid gestaag.
Tot snel,
“Het was de nacht voor Kerstmis en alles was stil…”
Het resultaat staat aan de kersboom. Het is schitterend, hoe we alledrie, met een identiek patroon, drie compleet verschillende Eva’s tevoorschijn toverden. De stofkeuze gaf al een enorm verschil; de donkerblauwe versie kan je stoerder dragen met een paar laarzen. De rode jurk is leuk op een feestje, en Lieve koos voor een glanzende stof, ideaal voor formele gelegenheden. Eva laat zich op vele manieren vertalen naar een leuke jurk.









Maar de jumpsuit 
De brede pijpen van mijn Iris vond ik ‘lichtelijk overdreven’, dus die heb ik van een dikke 32 cm teruggebracht naar een meer normale 21 cm breedte.
al snel dat je een fijn en luchtig gebreid stofje best goed overlockt voor je verder gaat met naaien. De stof heeft de neiging om aan de randen te rafelen en zelfs ladders te trekken. Zoiets nadien oplossen, is haast onmogelijk. Ik heb geen overlockmachine, maar gebruik de overlocksteek op mijn machine, en dat werkt perfect.


dus ik versmalde de mouwen met drie, en het lijfje met vier centimeter langs elke kant. Ook de leuke sjaalkraag moest eraan geloven: de ronding van de schouder schuinde ik een beetje af, want het leek wel een harnas… Het naaien ging haast vanzelf, want het is een heel eenvoudig patroon.

Blijkbaar heb ik een ‘koninklijke stijl’, want op deze foto (slechte copie uit een tijdschrift) draagt koningin Mathilde bijna exact dezelfde jurk :-)!