In een ver verleden deed ik een vakantiejob in een bekende kantwinkel op de Gentse Korenlei. Ik had niet echt een voorliefde voor kant maar ik kon wel uren kijken naar het prachtige oude kanten doopkleed in de etalage. Aangezien geduld niet mijn grootste deugd is, stond ik vol bewondering voor de persoon die zich aan dit prachtige stuk had gewaagd. Hetzelfde gevoel overvalt me trouwens telkens weer wanneer ik oude portretschilderijen van de 16e en 17e eeuw bekijk. De mooie kanten kragen en mouwen vallen meteen op. Soms lijkt het wel alsof ze niet groot genoeg kunnen zijn, alsof het meteen ook een statussymbool is van de rijkdom van de afgebeelde geestelijke of wereldse gezagdragers.
En hoewel kant doorheen de eeuwen ook onderhevig is geweest aan trends, zien we dat het bij ons nog steeds populair is. Mijn mede-blogsters Lieve en Margot hebben dat tijdens de maand van kant zeker bewezen.
Maar waar komt de originele kant vandaan? Niemand weet precies waar en wanneer de kant werd uitgevonden. Verschillende bronnen verwijzen naar het ontstaan van naaldkant en kloskant in de loop van de 15e Eeuw waarbij twee regio’s, (Frans-)Vlaanderen en Italië, vechten om de eer.
Je leest het al, er bestaan dus twee verschillende manuele kanttechnieken. Naaldkant wordt gemaakt met naald en draad volgens een vast patroon. Dit patroon wordt getekend op een achtergrond die achteraf verwijderd wordt zodat enkel een stukje open kant over blijft. Kloskant ontstaat door een set klosbobijntjes aan een draad die onderling gedraaid worden en vervolgens vastgezet worden met naalden op een kussen. Wanneer het stukje is afgewerkt dan worden de naaldjes verwijderd en blijft er enkel een mooi stukje kant over.
Aangezien het maken van een stukje kant zeer arbeidsintensief was, kon enkel de hogere klasse zich deze veroorloven. In de 16e en 17e Eeuw was kant een aantrekkelijke investering. Het kon van het ene op het andere kledingstuk geplaatst worden, het was duurzaam en de overdracht binnen de familie werd soms zelfs testamentair vastgelegd. In Vlaanderen en Italië waren het vooral kloosterordes die gespecialiseerd waren in het maken van kant, maar door de grote vraag naar kant werden overal in Europa nieuwe kantscholen opgericht. De belangrijkste centra bleven echter in Vlaanderen en Italië.
Koning Lodewijk de veertiende, de zonnekoning, kocht zoveel kant in het buitenland dat zijn minister van financiën besloot om zelf een kantcentrum op te richten in Frankrijk en zo te verhinderen dat er teveel geld naar het buitenland vloeide. Hoewel moeilijk te onderscheiden voor leken zoals ik, heeft elke school zijn eigen stijl en wordt de kant dus genoemd naar de plaats van herkomst (Brugse kant, Mechelse kant, Venetiaanse kant, Aleçon kant, Chantilly kant,….), de gebruikte techniek of het specifieke patroon (duchesse kant, ontwikkeld ter ere van de hertogin Marie-Henriette, later de vrouw van Leopold II). Aan het begin van de 18e eeuw vierde de extravagantie hoogtij en kant werd zelfs verwerkt in de enorme kapsels van de hofdames.
De Franse revolutie maakte echter een einde aan de vraag naar kant en deed de Franse kantnijverheid instorten. Met de opkomst van de industrie in de 19e eeuw, ontstond tenslotte de machinaal geweven kant. Kant werd plots een product dat voor iedereen toegankelijk werd. Toen de Britse Queen Victoria bovendien besloot in een met kant beklede bruidsjurk te huwen, werd dit bijna de standaard voor elk huwelijk. Want geef toe, elke vrouw wil zich toch een romantische prinses voelen op die speciale dag…..

Vlaanderen is één van de weinige regio’s ter wereld waar de manuele kantnijverheid heeft stand gehouden. Dankzij de uitzonderlijke skills van de maaksters en de kwaliteit van onze vlasdraad is onze kant nog steeds heel erg gegeerd. Iets waar we terecht fier mogen op zijn. En ja, vanaf nu wijs ik met heel veel plezier alle geïnteresseerde toeristen de weg naar de Gentse kantwinkel!
liefs,
Tatiana
PS: wil je meer te weten komen, bezoek dan eens volgende websites


lap kant te verwerken. Mijn oog viel op een






Het plan: een leuk kanten topje, met een stofje uit in het Atelier van


voriete Burda-patroontje, nummer 7678






Aangezien het elastische kant is, gebruikte ik een tricotsteek om mijn kantbandje vast te zetten. Om de uiteinden van het kant iets makkelijker aan elkaar vast te zetten, plooide ik het steeds een halve cm om, om toch iets meer stof te hebben bij het vaststikken.





Mijn plannen, zijn steeds enorm, optimistisch en soms gewoon naïef. Hetzelfde als ik in een stoffenwinkel binnenstap. Ik zie enkel de mogelijkheden, wat ik ga maken en hoe mooi het zal worden. Niet de moeilijkheden, het vele werk en de talloze problemen die ik ga tegenkomen omdat ik sommige technieken gewoon nog niet ken. Nee, in de winkel barst ik van zelfvertrouwen en kan ik alles aan.


in het voorjaar zag ik een bericht op de blog van Droomstoffen verschijnen. Het vestje dat Yvette droeg, heeft meteen mijn hart gestolen. Ik bestelde dus de grijze glitterstof en haalde 
