Ik moet toegeven. Upyclen, ik doe dat niet veel. Mijn oude kleren belanden in de Oxfam-winkel, in de kledingcontainer of in de voddenmand. Ik vind het altijd zo zonde om de schaar in de stof te zetten en dan denk ik: “Waarschijnlijk kan iemand anders wel iets doen met dit kledingstuk, maar dan liefst zonder gaten.” Dus zodoende: no upcycling for me…
Ik heb tot nu toe nog maar een projectje geupcycled en dat is mijn kussensloop. Ik moet toegeven dat ik wat nostalgische gevoelens heb bij dat ding want het was mijn eerste naaiprojectje. Ik wilde daar geen te dure stof aan spenderen, het was een makkelijk katoenen stofje met veel rechte lijntjes en feitelijk vond ik het dessin nog wel iets hebben. Een beetje retro en ik ben zot op geometrische dessins.
Na het eerste projectje dat ik uit mijn voormalig slaapaccessoire naaide, vond ik het resultaat zo leuk dat ik daarna mijn volledige naai-uitzet uit dezelfde kussensloop besloot te maken. Een volledige set als je wilt, en zolang er nog stof over was bleef dat ding dé print voor mijn naaiartikels.
Het begon met een speldenkussen. Erg simpel, maar als ik nu kijk hoe ik dat ding heb dichtgenaaid met de hand, besef ik dat ik toch al heel wat geleerd heb. Maar het doet nog steeds deugd om mijn allereerste ervaring met het naaien dagelijks te kunnen gebruiken.
Mijn tweede projectje betekende ook mijn eerste ervaring met een rits (alweer nostalgie!) want toen rolde mijn eerste etuitje (met voering) van onder mijn naaimachine. Ik gebruik het nu om mijn knijpers en oorbelletjes, die ik als markering gebruik, in op te bergen.
Daarna las ik dat elke naaister wel een paar verzwaringszakjes nodig heeft om het patroon op zijn plaats te houden. Ik had er drie gemaakt maar erg zwaar waren ze niet, dus heb ik er nog eens drie bijgemaakt met iets meer gewicht. Als vulling gebruikte ik gedroogde witte bonen, erwten en linzen (als er ooit hongersnood komt, heb ik dus nog iets achter de hand, handig).


Volgende projectje: een tweede speldenkussen, gevuld met staalwol natuurlijk om de puntjes scherp te houden. Deze versie is voor mijn dunnere speldjes, die ik gebruik als ik met kant, viscose of een andere fijne stof werk. Ik probeer die speldjes altijd streng gescheiden te houden.
En toen was er nog net voldoende stof over om een tweede etui te maken om mijn overlockgereedschap in op te bergen. Een iets langer etui, met een vrolijke rits uit de goodiebag van ons naaiweekend in Malle. Mijn pincet, schroeverdraaier en spullen die ik tot nu toe nog niet heb moeten gebruiken maar wel bij te houden zijn, zitten erin.


Als ik mijn hele naaiset nu bekijk, vind ik het verrassend welke leuke dingen ik allemaal uit mijn slaapmaatje haalde. Natuurlijk loont het ding zich er super voor: grote, rechte vlakken die je makkelijk kunt hergebruiken. Dus voor beginnende naaisters: zoek een leuk kussensloop en oefenen maar.
Eén kussensloop toverde ik dus om in tien dingen. En er bleef erg weinig stof over: met veel moeite een reepje van 9 cm. Als dat geen upcyclen is!
Tot schrijfs,
Margot












Omdat ik merkte dat er toch een groot verschil was tussen de stevigheid van mijn oude sportkledij en 



Ik loop graag. Met muziek in mijn oren of goed gezelschap dat me wat vooruit trekt zonder Usain Bolt te willen kopiëren… ik vind het zalig. Thuis loop ik meestal in de fitness, minstens een keertje in de week. Elke zondag spring ik op de fiets en rijd ik mijn loopband tegemoet. Met het Belgische weer kan dat ritje van een paar kilometer wel tegenvallen, zeker nadat je al tien kilometer achter de kiezen hebt. Een goede sweater met kap kon ik dus wel gebruiken. Ideaal om in onze sportmaand snel even in elkaar te flansen.





Maar met welk patroon en welke stof? Ik vertrok vanuit het simpele
Ik had nog nooit met lycra genaaid maar het viel feitelijk goed mee. Mijn plan was het topje te pimpen met schouderbandjes. Omdat ik bang was dat een reep dubbelgevouwen lycrastof niet voldoende steun zou geven voor een sporttopje besloot ik het met een elastiek te verstevigen. Resultaat: de bandjes waren veel dikker als voorzien. Wel steviger maar niet makkelijker.
Om het topje dan wat specialer te maken besloot ik het op te fleuren met wat feloranje-roze lycra. Ik heb op het spektakel heel lang getwijfel of ik die schreeuwkleur wel zou nemen, maar in combinatie met het grijs komt het wel goed uit. Een bredere band aan de onderkant maakt het topje af. Ik hou ervan dat mijn t shirts wat langer zijn. Aan zo’n te kort topje zit ik toch de hele tijd te trekken.
Mijn rug is niet zo spectaculair geworden als ik zou willen maar ik heb nu wel een beter idee hoe ik het bij de volgende topjes zou aanpakken. Met een dunne elastiek voor je schouderbandjes (of zonder) kan je leuke patronen maken en variëren met de breedte van de bandjes.
Toen ik bij
Ten huize Elise was iedereen enthousiast, inclusief onze kleine dame. Het jasje is duidelijk nog een klein beetje te groot voor haar, maar tegen het najaar heeft ze waarschijnlijk weer haar volgende groeistuip gehad, en komt dat in orde.
We kennen elkaar niet persoonlijk. Hoogstens een paar uitwisselingen via de chat, maar toch hebben wij elkaar het leven gedurende een paar weken wat moeilijker gemaakt door onze sew challenge. Davina koppelde ons aan elkaar en de drie voorwaarden die je me gaf waren even slikken.
Mijn plan? Broerlief inschakelen: hij is dakwerker en heeft nooit warme truien te veel. Dus toen ik hem voorstelde om hem een hoodie te maken, zag hij dat direct zitten.
Ik besloot de Belgische Wout hoodie van LMV te maken. Mijn stoffen vond ik tijdens het supergezellig 
Toen ik broer zijn paascadeautje ging afgeven was hij superenthousiast. Lekker warm, veel zakken en een kraag. “Zo ga je er nog moeten maken, zus. Kan hij tegen vonken en is ie waterdicht?” Euh nee…
We spraken af dat hij deze hoodie aan strenge tests op het dak zou onderwerpen.





