Geduldig ben ik niet. Nooit geweest. Bij mijn brei, zorg ik ervoor dat ik zelden iets moet uithalen of herbeginnen. Het moet vooruit gaan, en als er een foutje in mijn brei geslopen is, dek ik dat soms toe met de mantel der liefde. Want als ik iets moet uithalen, is de kans groot dat ik het in mijn ongeduld helemaal kapot trek. Zo ook met naaien.
Alleen maak ik bij het naaien meer fouten dan bij het breien. Het proces gaat ook veel sneller, en stomme fouten zi
jn vlugger gemaakt. Mijn decouvietje is mijn grootste vijand, maar ook mijn beste vriend. Ik heb mij erbij neergelegd, dat fouten maken en herstellen nu eenmaal bij het naaien hoort. Tot mijn grootste verbazing blijk ik over een soort engelengeduld te beschikken, waardoor ik dan wel zuchtend aan het herstelwerk begin, maar het toch meestal tot een goed einde breng. Heel af en toe trek ik eens een gaatje in de stof, maar meestal is dat soort schade beperkt.
Toch had ik mij heilig voorgenomen retouches over te laten aan een expert. Ik breng mijn her- of verstelwerk steevast binnen in een naaiatelier, waar ze mijn stukken tot in de puntjes afwerken, alsof er nooit aan geprutst geweest is. Maar sinds kort laat ik mij toch vangen. Die prachtige witte broek is nét iets te breed onderaan de broekspijpen. Of dat toffe hemdje floddert nét iets te veel rond mijn middel. Ik heb nu eenmaal geen standaardmaten… Vroeger legde ik dergelijke stukken kordaat opzij. Jammer, maar helaas, ik moest op zoek naar iets anders. En naamlinten op mijn uniform stikken? Dat deed mijn vader ooit nog voor me… Niet zo de laatste maanden.
Tegenwoordig neem ik die net-niet-passende stukken met plezier mee naar huis, want ik kan dat toch even snel zélf aanpassen? Dat snel blijkt telkens weer relatief te zijn. Ik zucht en steun terwijl ik met mijn decouvietje aan de slag ga, en vervloek mijn aankoopgedrag. Maar hoe fier ben ik telkens weer, als ik de deur buiten stap met een perfect passend kledingstuk…. Dat heb ik toch maar lekker zélf geklaard!
Al laat ik de moeilijkste retouches nog steeds aan een expert over, in het naaiatelier zien ze mij veel minder vaak. Voorlopig toch…
Tot snel!
Lieve


Ik moet eerlijk toegeven dat kijken naar die mooie dingen zonder er zelf bij betrokken te zijn helemaal niet hetzelfde is. Niet alleen word ik stilaan bezorgd, dat ik na zes maanden de voorkant van een naaimachine niet meer ga onderscheiden van de achterkant, terwijl ons olijke trio met reuzensprongen vooruit is gegaan. Maar zelf niet betrokken zijn bij de plannen van de girls, niet meer bespreken via telefoon of chat welk stofje het beste zou passen, niet even via Messenger kunnen vloeken omdat je weer verkeerd gestikt hebt, of glimmend van trots je afgewerkte stuk kunnen tonen… het begint na twee maanden te knagen.


Met de blocnote van An zit ik gewoon élke vergadering te stoeffen. Mijn collega’s waren ook vol bewondering voor mijn nieuwste attributen. De kans dat er bijkomende bestellingen jullie kant uitkomen, dames, is dus erg groot.











































n traantjes in de ogen (jawel!), want vijftig kakelende vrouwen en minstens evenveel ratelende machines in één grote ruimte, dat leek mij toch een beetje te veel van het goede. Maar de combinatie van de prachtige locatie in het groen, en de toffe bende madammen, zorgden voor een aangenaam en ontspannend weekendje.









Vorige maand heb ik forfait moeten geven, dus wilde ik in mei zeker een tandje bijsteken. Maar… ook hier lukte het mij bijna niet. De criteria van deze maand waren dan ook niet van de poes:









