Naaien doe je nooit alleen: je kondigt je project aan, vraagt om raad tijdens je maakproces, snauwt naasten af bij problemen, stoeft met je creatie… yep, er zijn veel mensen betrokken bij het naaiproces.
Een stille partner aan mijn zijde is mijn maatje Sofie, de paspop. Initieel gekocht om een avondkleed op te hangen zodat dat mooie ding niet wegkwijnt, weggepropt in de kast.
Maar regelmatig verwisselt Sofie haar galaoutfit voor wat lappen stof, wordt ze volgespeld en wordt er uren met haar gedraaid en geprutst. Nee, Sofie heeft het niet makkelijk, maar ze klaagt nooit.
Een paspop met jouw maten is eigenlijk onontbeerlijk. Op een pop zie je of je de stukken mouw aan het samenspelden bent, in plaats van aan een jaspand. Als je niet gezegend bent met veel ruimtelijk inzicht, is het uitproberen op een pop erg belangrijk om grote blunders te voorkomen.
Sofie is wel gemaakt uit isomo dus ik vrees dat over een jaartje, ze wel schade gaat ondervinden van al die speldjes. Ik denk er ook aan om ooit zo’n verstelbare paspop te kopen, zodat je al je lichaamsmaten helemaal kunt nabootsen.
Nu is dat niet het geval: mijn rug is breder dan die van Sofie, en mijn breedste punt komt niet overeen met haar taille. Dat is dus wel belangrijk te onthouden: ” ’t Is niet omdat het Sofie past, dat ik er ook in geraak.”
Met een verstelbare paspop kan je ook andere personen hun maten beter nabootsen (mochten er ooit mensen zo moedig zijn om mij naaiprojecten toe te vertrouwen).

Maar de aankoop is nog niet aan de orde, mijn naaimaatje is nog lang niet afgeschreven.
Ik heb trouwens geen idee hoe ik dat ooit aan Sofie zou moeten uitleggen….
Tot schrijfs,
Margot


Om die visuele spaghetti iets duidelijker te maken, kan je doorzichtig plastiek gebruiken.
Let op: in de winkel liggen ze niet bij de andere vuilzakken maar in de doe-het-zelf-afdeling.

De patronen staan op aparte grote patroonbladen, wat ook wel leuk is. Als beginner ben je namelijk nog niet klaar voor een visuele spaghetti van lijnen, omdat er zes patronen op een blad staan. Het was wél even aanpassen toen ik een ‘echt’ patroon voor mijn neus kreeg.
Gaandeweg besefte ik, dat die spaghettibandjes toch niet zo mooi zouden worden als in mijn fantasie, dus hertekende ik het naar een halterjurk.





In Burda Classics herfst/winter 2013/14 stond een prachtige halterjurk en ik ging, onder de deskundige leiding van Susi en Katrien van




De boordzoom werd een zaak apart. Ik stond waarschijnlijk als laatste in de rij toen ze ruimtelijk inzicht uitdeelden, dus een boordzoom langs beide naar binnen naaien… ik kraakte mijn hersenen en wimpelde koppig alle aangeboden hulp van de girls weg… ik moest dit zelf uitvogelen. Voor de boord aan mouwen leg je gewoon de goede kanten op elkaar en stik je vast. Voor de boord onderaan, meet je eerst hoe breed je de onderkant wilt, zodat je jasje nog wat kan poffen. Vooral de zijkant vergt wat gepruts. Ik kwam niet toe met het voorgeschreven pakje boordzoom, en het kostte me drie avonden spelden en proberen om dit resultaat te krijgen.
Met de winter voor de deur kijk ik er al naar uit ’s avonds gezellig in de zetel te zitten, gewikkeld in een dekentje, gekleed in een lekker warme pyjama.




Iedereen herinnert zich nog het stofje waarmee je je eerste draagbare kledingstuk maakte. Bij mij was het een soort mint-groen. Maar wat ik me beter herinnerde, was mijn eerste duurdere stofje. Geen simpele katoentjes meer, maar iets waar je meer voor betaalt en waar je iets speciaals mee wilt maken.
Voor mij had de jurk veel nieuwe technieken. Eigenlijk; een jurk maken was gewoon nieuw. En wat zei ik ook alweer over lostornen van geweven stoffen? Juist… Dus om mijn stofstress wat te verminderen, maakte ik voor de eerste keer een toile met baalkatoen. De rok in katoen heb ik niet afgemaakt, maar het bovenste gedeelte inrijgen, de mouwen inzetten, je plooi- en figuurnaden overtekenen, daarna aanpassen (en uit miserie weer naar je eerste ontwerp terugkeren)… Yep, mijn toile was een goed idee.
Met iets meer zelfvertrouwen ben ik aan het echte werk begonnen. Het moeilijkste was de figuurnaden van je top mooi laten overlopen in de nepen van de rok. En zorgen dat je niet teveel moet lostornen… want dat was niet te doen.