Sinds ik voor het eerst de Kyotojurk van La Maison Victor maakte, kan ik er niet genoeg van krijgen. Ik ben helemaal fan van het patroon. Helemaal in het begin van mijn ‘naaicarrière’ tekende ik al een beige-met-bruine versie, met een glitterboord. Jammer genoeg verwees ik die meteen naar de kledingcontainer, wegens helemaal mijn ding niet. Maar het mijn sterrentruitje droeg ik al heel vaak.

Deze keer ging ik helemaal voor een zomers jurkje met de typische raglanmouwen in een korte versie, en met een gesloten rugpand. Op de site van Droomstoffen werd ik verliefd op het prachtige bloemenstofje, maar eens ik het in real life zag, was het toch een beetje te girly voor mijn doen, al is roze tegenwoordig wel helemaal mijn kleur. Ik brak mijn hoofd over mogelijke patronen, waar wat pit in mocht zitten om dat te compenseren. Na een heuse zoektocht besloot ik het over een andere boeg te gooien. Je kan de Girl uit het uniform halen, maar het uniform nooit uit de Girl! Ik kocht een kaki tricootje, dat verrassend mooi bij de roze tinten paste.
Het resultaat is een heerlijk casual zomerjurkje, ideaal voor een leuke uitstap op een zonnige dag. Wie de blog een beetje volgt, weet dat het niet echt mijn stijl is… maar dat is net het leuke aan naaien: je verlegt constant je grenzen. Wie had twee jaar geleden gedacht, dat ik roze topjes, witte jurkjes-met-pijlen of een kleedje-met-glitterelastiek zou dragen? Ik alvast niet! Mijn hobby stuurt mijn stijl, en ik ben er blij om!

Wat vind jij ervan?
Tot snel,
Lieve
PS: Fotootjes natuurlijk weer van mijn talentvol ventje, Michael Moors. Ik ben echt mega fier op hem!











oit eens gebruikte om een andere tas te maken. Aangezien ik geen hele lange stukken uit de vest kon knippen, koos ik voor een riem in tassenband.






jn vlugger gemaakt. Mijn decouvietje is mijn grootste vijand, maar ook mijn beste vriend. Ik heb mij erbij neergelegd, dat fouten maken en herstellen nu eenmaal bij het naaien hoort. Tot mijn grootste verbazing blijk ik over een soort engelengeduld te beschikken, waardoor ik dan wel zuchtend aan het herstelwerk begin, maar het toch meestal tot een goed einde breng. Heel af en toe trek ik eens een gaatje in de stof, maar meestal is dat soort schade beperkt.

Ik moet eerlijk toegeven dat kijken naar die mooie dingen zonder er zelf bij betrokken te zijn helemaal niet hetzelfde is. Niet alleen word ik stilaan bezorgd, dat ik na zes maanden de voorkant van een naaimachine niet meer ga onderscheiden van de achterkant, terwijl ons olijke trio met reuzensprongen vooruit is gegaan. Maar zelf niet betrokken zijn bij de plannen van de girls, niet meer bespreken via telefoon of chat welk stofje het beste zou passen, niet even via Messenger kunnen vloeken omdat je weer verkeerd gestikt hebt, of glimmend van trots je afgewerkte stuk kunnen tonen… het begint na twee maanden te knagen.


Met de blocnote van An zit ik gewoon élke vergadering te stoeffen. Mijn collega’s waren ook vol bewondering voor mijn nieuwste attributen. De kans dat er bijkomende bestellingen jullie kant uitkomen, dames, is dus erg groot.









































