Jawel, een oplettende lezer heeft het meteen gespot: ik ging opnieuw aan de slag met mijn fa
voriete Burda-patroontje, nummer 7678, dat jammer genoeg nog haast nergens te krijgen is. Sorry dames! Yvette van Droomstoffen en haar blogsters stuurden mij een mooie lap luchtige, middenblauwe tricot. De meiden weten intussen ook al dat blauw mijn lievelingskleur is, en sloegen daarmee de nagel op de kop.
Alleen… zo’n dun stofje vind ik nogal onthullend. Ieder detail van je lichaam tekent af, wanneer je er iets mee maakt. Bij een los model, zoals deze Burda, valt het wel beter mee, maar toch… Ik ging dus op zoek naar ‘camouflage’. Eerder ging ik al eens aan de slag met rekbaar kant, gekocht bij Mertens Mercerie. Ik werkte de mouwen van mijn sweater af, en had nog een mooie lap over. Ideaal dus, om mijn shirt te pimpen! Het werd een beetje puzzelen, maar aan het einde van de rit, had ik net genoeg kant voor de hele voorkant. De mooi afgewerkte rand van de stof, gebruikte in om achteraan ook een kantdetail te verwerken.

Om het mezelf wat makkelijker te maken, reeg ik beide voorpanden eerst aan elkaar, zodat ik het shirt in elkaar kon zetten, alsof de tricot-met-kant één stuk was. Het kraagje achteraan was wat rekken en trekken, stikken en herstikken, maar van daaruit liep alles min of meer zoals het moest. Ik vind het resultaat heel chique en feestelijk. “Precies uit een boetiekje”, vertelde mijn lieve schoonzuster. Een mooi compliment!

Laat het maar snel lente worden, zodat ik het kan dragen… want zo’n fotoshoot aan -3°C is toch maar friskes. Hoewel, het zonnetje scheen, en mijn liefste slaagde er toch maar weer in, mij op mijn best in beeld te brengen (dankjewel schatje!).
Onze romantische kant-maand is vlot gestart, een prachtig t-shirt en een stoere sweater gingen deze post vooraf. Welke creatie vond jij het leukste, en ben je zelf ook al aan de slag gegaan met kant? Ik ben benieuwd!
Tot snel,
Lieve






Aangezien het elastische kant is, gebruikte ik een tricotsteek om mijn kantbandje vast te zetten. Om de uiteinden van het kant iets makkelijker aan elkaar vast te zetten, plooide ik het steeds een halve cm om, om toch iets meer stof te hebben bij het vaststikken.






Mijn plannen, zijn steeds enorm, optimistisch en soms gewoon naïef. Hetzelfde als ik in een stoffenwinkel binnenstap. Ik zie enkel de mogelijkheden, wat ik ga maken en hoe mooi het zal worden. Niet de moeilijkheden, het vele werk en de talloze problemen die ik ga tegenkomen omdat ik sommige technieken gewoon nog niet ken. Nee, in de winkel barst ik van zelfvertrouwen en kan ik alles aan.


in het voorjaar zag ik een bericht op de blog van Droomstoffen verschijnen. Het vestje dat Yvette droeg, heeft meteen mijn hart gestolen. Ik bestelde dus de grijze glitterstof en haalde 


Dus, ik naar de doe-het-zelf-zaak om een bos staalwol (of hoe zeg je dat?), en ik ging aan de slag! Als je dit doet: er bestaat staalwol waar een bepaalde zeep in zit. Zorg dat je die niet pakt, want dan zitten je naaldjes en je stofjes vol met vlekken. Gewoon droge staalwol nemen.



Ik hou ervan om de patroonstukken voor de eerste keer te zien. Misschien omdat ik nog een groentje ben, en elk patroon iets nieuws herbergt. Maar je tafel helemaal leeg maken om ze erna te overladen met A0 papieren, je kalkbladen of
Ik ben geen nauwkeurig type, ben van nature een grote chaoot, en ik werk zelden iets tot in de puntjes af. Dus mezelf dwingen om elk lijntje zo precies en netjes mogelijk te kopiëren, is een soort mentale training. Een voorbereiding op het naaiwerk met de belofte aan mezelf: dit stuk gaat mooi en zonder fouten afgewerkt worden.
Al die lijnen en kleuren vervagen direct tot een visuele diarree, die je stante pede hoofdpijn geeft. Als je zo’n patroon enkel voor jezelf gebruikt, kan je jouw maat eerst in fluo aanzetten, voor je het overtekent.