Kleedjes, rokjes, zelfs onderbroeken… mijn zelfgemaakt garderobe begint aardig te groeien. Maar wat ik nog wat mis zijn vestjes, truien en t-shirts. Toen ik in La Maison Victor de Naomi cardigan zag, wou ik die wel eens proberen, maar ik had geen leuk tricot stofje om eraan te beginnen. Een ding was zeker: mijn Naomi zou niet in een mosterdkleur zijn, want dan zou ik er verschrikkelijk vaal uitzien.
Tag: #sewingblog
Ingewikkelde Elisa of niet?
Wat voor type jurken draag jij graag? Ik draag bijna alles: iets straks, een A-lijn of zelfs wat retro. Ik vind alles leuk maar er moet wel iets van figuur in zitten. Maar iets waar ik me nog nooit aan had gewaagd en zelfs nog nooit gedragen had, was een wikkeljurk.

3D blind
Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Ik geef toe: toen ze bij mij de talenten uitdeelden, was ik te laat voor het ruimtelijk inzicht en moest ik me tevredenstellen met een restje. Resultaat: ruimtelijk inzicht en 3D-denken op een lamentabel niveau. Dikke pret verzekerd met de kaartleesoefeningen tijdens mijn militaire opleiding. Niet dat ik niet weet hoe je een kaart moet lezen, maar zodra je dat moet gaan extrapoleren of in je hoofd moet gaan omkeren, stopt het bij mij. Access denied.
Ook tijdens het naaien komt dat charmante kantje van mij naar boven (naast dat van driftkop en chaoot…). Ik lees de naaibeschrijving, kijk naar mijn lapje en…. doe dat nog zeven keer voordat ik door heb: dit gaan we anders moeten uitvogelen. Want noch het prentje, noch de (waarschijnlijk glasheldere ) uitleg brengen me een stap verder.

Het even aan iemand vragen brengt ook geen zoden aan de dijk. De mondelinge uitleg klinkt mij even vreemd in de oren als de geschreven versie. De stilaan geïrriteerde toon, na het mij op drie verschillende wijzen te hebben uitgelegd, helpt ook niet echt. Een vierde ongeduldige poging wordt dan door mij kortgesloten door te zeggen: “Oh ja, nu snap ik het”. Terwijl mijn gedachten al lang zijn afgedwaald naar die prachtige schoenen die ik in een etalage heb zien staan.
Het enige wat ik dus kan doen, is het resultaat van die mysterieuze stap te visualiseren door de stof te spelden zoals het zou moeten worden. En dan kijken hoe en waar ik dat nu aan elkaar moet stikken. Omslachtig op zijn minst…

In het begin maakte ik mezelf wijs dat het aan mijn beginnerskennis lag. Na een tijdje zou dat wel veel beter gaan… Maar: ofwel duurt dat bij mij wat langer (ik heb ook geen geduld), ofwel ben ik hier aan het wachten op Godot. Feit is en blijft dat speldjes en tornmesje mijn beste kameraadjes zijn.
Door het gespeld ga ik gestaag vooruit bij een kledingstuk. Het duurt zo lang en soms word ik overmoedig, en naai ik het zoals ik denk dat het moet. Afhankelijk van de hoeveelheid geduld die avond, zal ik dus veel spelden en weinig lostornen of omgekeerd…

Mijn complete 3D-blindheid heb ik al aanvaard als een deel van mijn innemende karakter. Ik heb dus al veel minder stress wanneer ik weer eens een armsgat heb dichtgenaaid; ik ben het gewend. Het zorgt wel voor meer hersengekraak als ik een kledingstuk moet voeren (twee 3D-dingen op elkaar, oh ramp!), of als de stof ergens trekt en ik niet weet hoe ik het rechtzetten.
Zo duurt een kledingstuk maken bij mij twee keer zo lang. Maar geen probleem volgens manlief: ik ben stil en het is een hobby. Wat maakt het dan uit dat het wat langer duurt?
Wijze woorden, maar…. had ik ook al verteld dat ik geen geduld heb?
Tot schrijfs,
Margot
Upcycling: van 1 naar 10
Ik moet toegeven. Upyclen, ik doe dat niet veel. Mijn oude kleren belanden in de Oxfam-winkel, in de kledingcontainer of in de voddenmand. Ik vind het altijd zo zonde om de schaar in de stof te zetten en dan denk ik: “Waarschijnlijk kan iemand anders wel iets doen met dit kledingstuk, maar dan liefst zonder gaten.” Dus zodoende: no upcycling for me…
Ik heb tot nu toe nog maar een projectje geupcycled en dat is mijn kussensloop. Ik moet toegeven dat ik wat nostalgische gevoelens heb bij dat ding want het was mijn eerste naaiprojectje. Ik wilde daar geen te dure stof aan spenderen, het was een makkelijk katoenen stofje met veel rechte lijntjes en feitelijk vond ik het dessin nog wel iets hebben. Een beetje retro en ik ben zot op geometrische dessins.
Na het eerste projectje dat ik uit mijn voormalig slaapaccessoire naaide, vond ik het resultaat zo leuk dat ik daarna mijn volledige naai-uitzet uit dezelfde kussensloop besloot te maken. Een volledige set als je wilt, en zolang er nog stof over was bleef dat ding dé print voor mijn naaiartikels.
Het begon met een speldenkussen. Erg simpel, maar als ik nu kijk hoe ik dat ding heb dichtgenaaid met de hand, besef ik dat ik toch al heel wat geleerd heb. Maar het doet nog steeds deugd om mijn allereerste ervaring met het naaien dagelijks te kunnen gebruiken.
Mijn tweede projectje betekende ook mijn eerste ervaring met een rits (alweer nostalgie!) want toen rolde mijn eerste etuitje (met voering) van onder mijn naaimachine. Ik gebruik het nu om mijn knijpers en oorbelletjes, die ik als markering gebruik, in op te bergen.
Daarna las ik dat elke naaister wel een paar verzwaringszakjes nodig heeft om het patroon op zijn plaats te houden. Ik had er drie gemaakt maar erg zwaar waren ze niet, dus heb ik er nog eens drie bijgemaakt met iets meer gewicht. Als vulling gebruikte ik gedroogde witte bonen, erwten en linzen (als er ooit hongersnood komt, heb ik dus nog iets achter de hand, handig).


Volgende projectje: een tweede speldenkussen, gevuld met staalwol natuurlijk om de puntjes scherp te houden. Deze versie is voor mijn dunnere speldjes, die ik gebruik als ik met kant, viscose of een andere fijne stof werk. Ik probeer die speldjes altijd streng gescheiden te houden.
En toen was er nog net voldoende stof over om een tweede etui te maken om mijn overlockgereedschap in op te bergen. Een iets langer etui, met een vrolijke rits uit de goodiebag van ons naaiweekend in Malle. Mijn pincet, schroeverdraaier en spullen die ik tot nu toe nog niet heb moeten gebruiken maar wel bij te houden zijn, zitten erin.


Als ik mijn hele naaiset nu bekijk, vind ik het verrassend welke leuke dingen ik allemaal uit mijn slaapmaatje haalde. Natuurlijk loont het ding zich er super voor: grote, rechte vlakken die je makkelijk kunt hergebruiken. Dus voor beginnende naaisters: zoek een leuk kussensloop en oefenen maar.
Eén kussensloop toverde ik dus om in tien dingen. En er bleef erg weinig stof over: met veel moeite een reepje van 9 cm. Als dat geen upcyclen is!
Tot schrijfs,
Margot
Sweater met sterren
Ik loop graag. Met muziek in mijn oren of goed gezelschap dat me wat vooruit trekt zonder Usain Bolt te willen kopiëren… ik vind het zalig. Thuis loop ik meestal in de fitness, minstens een keertje in de week. Elke zondag spring ik op de fiets en rijd ik mijn loopband tegemoet. Met het Belgische weer kan dat ritje van een paar kilometer wel tegenvallen, zeker nadat je al tien kilometer achter de kiezen hebt. Een goede sweater met kap kon ik dus wel gebruiken. Ideaal om in onze sportmaand snel even in elkaar te flansen.
Hoewel, snel…
Ik nam het Veritaspatroon Esther en besloot de korte versie zonder zakken te maken. Een leuk sweaterstofje had ik nog van mijn eerste blogmeet van Davina liggen, en dat gewoon smeekte om daarvoor gebruikt te worden. Alleen… het was wat dunnetjes en zou me op mijn fietstochtje weinig warmte of bescherming tegen de wind bieden. Dan maar voeren, hoewel ik afwerking met voering niet makkelijk vind. Een zachte grijze fleece en wat boordstof van Nostex zouden me zeker warmer houden.

Ik heb lang getwijfeld of ik de boordstof en de rits in het roze zou doen. Ik ben wel een meisje maar het leek me iets te Barbie-achtig. Om toch een klein roze detail te hebben deed ik de sierstiksels op mijn schouders en aan de rits met een roze garen. Een klein Barbie-gehalte dus…

Hoewel de voering het ding lekker warm maakt, vloekte ik wel bij het afwerken, want die voering netjes op de boordstof omplooien en stikken is niet simpel. Ik had gelukkig al wat training gehad met de hoodie voor broerlief dus ik was best tevreden over het resultaat. Totdat ik het ding eens aandeed en zag dat het als een zak rond mijn lijf hing. De nuchtere opmerking van manlief: “Daar mag toch wat ingenomen worden” was voldoende om het tornmesje weer boven te halen. Ik heb uit beide zijden zes centimeter uitgehaald, wat natuurlijk weer aanpassingen vroeg aan de boordstof.

Je kan je al inbeelden hoe lang ik heb zitten werken om die vest wat te ont-zakken. Nu ben ik er tevreden mee: een vrolijk jasje met mini-barbiegehalte en een warme voering, die me waarschijnlijk beter gaat dienen in de winter als nu in het voorjaar.

De koude wind gaat me op de fiets niet meer kunnen deren in mijn zelfgemaakte Esther. Maar die kilometers op de loopband… die blijven pijnlijk, vooral de laatsten.
Tot schrijfs,
Margot
Sport ten top
Lieve kwam een paar maanden geleden met een idee: “Laten we als themamaand iets sportiefs doen”. Ja, waarom niet? Sportkledij is iets dat we als meiden in uniform best vaak nodig hebben om in vorm te blijven en het is weer iets anders om te naaien.
Daarbij had ik net grote kuis gehouden in mijn t-shirts en dacht ik: een leuk sporttopje kan er zeker nog bij in de kleerkast.
Ik hou ook wel van iets anders. De topjes die je nu ziet in de winkels vind ik allemaal wat dezelfde en eerlijk gezegd… saai. Ik was op zoek naar een topje met eens iets anders. Een leuke detail op de rug bijvoorbeeld. Dat is net het leuke als je dingen zelf kan maken: je vindt je zin niet in de winkel? Dan naai je het gewoon zelf.
Maar met welk patroon en welke stof? Ik vertrok vanuit het simpele topje Aline uit het Veritasmagazine maar voor de stof wou ik wel eens iets anders dan gewoon tricot. Op het Stoffen Spektakel vond ik verschillende rollen lycra en ik dacht: als we daar nu eens wat mee maken? Het voordeel van lycra is dat het goed elastisch is in de twee richtingen en erg goedkoop. Nadeel is dat je moet houden van het gevoel op je huid. Niet iedereen is er fan van.
Ik had nog nooit met lycra genaaid maar het viel feitelijk goed mee. Mijn plan was het topje te pimpen met schouderbandjes. Omdat ik bang was dat een reep dubbelgevouwen lycrastof niet voldoende steun zou geven voor een sporttopje besloot ik het met een elastiek te verstevigen. Resultaat: de bandjes waren veel dikker als voorzien. Wel steviger maar niet makkelijker.
Om het topje dan wat specialer te maken besloot ik het op te fleuren met wat feloranje-roze lycra. Ik heb op het spektakel heel lang getwijfel of ik die schreeuwkleur wel zou nemen, maar in combinatie met het grijs komt het wel goed uit. Een bredere band aan de onderkant maakt het topje af. Ik hou ervan dat mijn t shirts wat langer zijn. Aan zo’n te kort topje zit ik toch de hele tijd te trekken.
Mijn rug is niet zo spectaculair geworden als ik zou willen maar ik heb nu wel een beter idee hoe ik het bij de volgende topjes zou aanpakken. Met een dunne elastiek voor je schouderbandjes (of zonder) kan je leuke patronen maken en variëren met de breedte van de bandjes.
Mijn eerste selfmade sportstuk ligt dus al in de kast. Er gaan er nog volgen. Een beetje zoals met sporten, blij dat je het gedaan hebt en zin naar meer.
Maken jullie wel eens iets sportiefs ? Laat het me weten.
Tot schrijfs,
Margot
Gezakt voor Sew Challenge? Vast en zeker!
Beste Kim,
We kennen elkaar niet persoonlijk. Hoogstens een paar uitwisselingen via de chat, maar toch hebben wij elkaar het leven gedurende een paar weken wat moeilijker gemaakt door onze sew challenge. Davina koppelde ons aan elkaar en de drie voorwaarden die je me gaf waren even slikken.
De eerste voorwaarde: volwassen man. Shit (#pardonmyfrench). Nog nooit waren mijn naaislachtoffers van het mannelijke geslacht. Mijn man is een Pietje Precies en mijn naaisels zijn nog niet van de ongelofelijke afwerking dat ik er hem een plezier mee doe. Laat staan dat ik hem ermee op foto te krijg voor op internet.
Tweede voorwaarde: een Belgisch patroon. Ik heb niet het flauwste idee welke patronen welke nationaliteit dragen dus hoopte ik dat La Maison Victor me uit de nood zou helpen.
Derde criterium: zakken. Je hebt waarschijnlijk mijn avonturen met paspelzakken gelezen bij de bomberjack van Veritas, waar ik zwoer nooit meer een paspelzak te maken. Ik ben al blij dat je het algemeen op zakken hield en niet begon te specificeren.
“Lukt dat?” vroeg je in je berichtje. “Ze weet inderdaad wel een challenge te kiezen”, dacht ik. Maar da’s ook de bedoeling dus en avant!
Mijn plan? Broerlief inschakelen: hij is dakwerker en heeft nooit warme truien te veel. Dus toen ik hem voorstelde om hem een hoodie te maken, zag hij dat direct zitten.
Maar… er moet ook een kraag aan zitten want op een dak waait de wind extra hard. “En zakken, zus. Veel zakken. Ook eentje op mijn rug”. Huh?
Ik besloot de Belgische Wout hoodie van LMV te maken. Mijn stoffen vond ik tijdens het supergezellig uitje met de girls op het stoffenspektakel en ik voerde de binnenkant van de Wout met grijze fleece. De boordstof haalde ik bij Stitch en Co. Omdat broer veel lagen kledij draagt tegen de kou voerde ik de mouwen met een iets gladdere stof, ook van Stitch en Co.
De Wout in elkaar zetten viel wel mee, hoewel ik veel heb zitten vloeken met die boordstof… Recht stikken met drie dikke lagen stof; mijn naaimachine is er echt geen fan van.
Jouw vraag om zakken te maken, Kim, was dus ideaal voor de extra zak op broerlief’s rug. “Makkelijk om extra materiaal mee te nemen op het dak”, vertelde hij me.
De kraag stikte ik rond de kap zodat die zeker niet zou afwaaien. De rits heb ik er twee keer moeten inzetten omdat ik zag dat de voorpanden niet mooi gelijnd waren. Het was niet de eerste keer dat ik dat grapje meemaakte, dus ik besloot me er niet aan te laten kennen en de rits gewoon terug los te maken. Maar ook dat ging best vlot.
Toen ik broer zijn paascadeautje ging afgeven was hij superenthousiast. Lekker warm, veel zakken en een kraag. “Zo ga je er nog moeten maken, zus. Kan hij tegen vonken en is ie waterdicht?” Euh nee…
We spraken af dat hij deze hoodie aan strenge tests op het dak zou onderwerpen.
Wat er beter kan, wordt dan bij de volgende Wout aangepast. Ik kreeg drie dagen geleden nog een hele enthousiaste dakwerker aan de lijn dat hij super tevreden was en de volgende bestelling werd al geplaatst. Nu nog fleece vinden die stevig, warm, vuurvast en waterdicht is. Iemand ideeën?
Ik hoop, lieve Kim, dat je deze challenge als geslaagd ziet. Broer en ik vonden het alvast super om te doen. Ik was er zelf nooit opgekomen, dus bedankt.!
Ik zag laatst het resultaat van mijn challenge: wat jij had gemaakt met mijn drie voorwaarden: selfish sewing, stofje dat je al hebt en een tas. Een schitterend resultaat. Ik hoop in ieder geval dat je het even leuk vond als ik.
Warme groeten van een broer en zus.
Margot
Boodschappenlijst voor een overlock
“De kogel is door de kerk, ik koop mezelf een overlock.” Dat was één van mijn goede voornemens voor 2018. Zowel Lieve als Tatiana waren er altijd zo lovend over en nadat ik het zelf eens had geprobeerd tijdens een naailes in Stitch and Co, snapte ik hun enthousiasme.
Helaas zijn die dingen niet goedkoop, en ook de horrorverhalen over het inrijgen gaven me wat koudwatervrees. Dus vroeg ik aan een paar naaisters waar je op moet letten als je een overlock koopt en dit waren hun belangrijkste punten: Lees verder “Boodschappenlijst voor een overlock”
Margot’s Monty
Zoals de meeste naailiefhebbers ben ik lid van meerdere naaigroepen op sociale media. Altijd leuk om inspiratie op te doen, afgunstig andermans creaties te liken of om nederig te blijven, als je ziet wat andere mensen van onder hun naaimachine toveren.
Een tijdje geleden stond op een van die groepen een oproep van Stephanie, die vroeg wie haar kon helpen zorgenknuffels te maken. Een knuffel met een zakje waar kinderen briefjes met hun zorgen in kunnen steken. De beestjes zagen er zo sympathiek uit, dat ik in een opwelling een pb-tje stuurde dat ik dat wel wou proberen.
Stephanie stuurde me de link van de werkbeschrijving op de site van KVLV, waarin stond hoe je zo’n Monty maakt, en ik ging aan de slag.
Ik had fleece nodig, tricot, een rits en wat vulling. Fleece had ik niet, maar wel een lapje superzachte fake roze bont. Gecombineerd met een vrolijk tricotrestje lukte het wel. Aangezien ik die zakken met vulling vrij duur vind en niet veel nodig heb, kocht ik een afgeprijsde knuffel en gebruikte daarvan de vulling. Iets goedkoper… Nog een rode rits als mond, wat knopen en vilt om de oogjes te maken, en we kunnen beginnen.
Mijn Monty naaien viel wat tegen. Niet alleen verschuift het roze bont de hele tijd, je weet eigenlijk niet waar je draad zit door al die haartjes. Daarbij pluizen de lapjes na het knippen gi-gan-tisch. Na elke naaisessie zaten mijn bureau, mijn broek en mijn stofjes onder het roze pluis.
De uitleg was ook wat kort voor een 3D-blinde zoals ik, maar met wat spelden, tobben in bed en ettelijke pogingen, kwam de Margot Monty toch tot leven…
Ik zette mijn knuffel op de naaimachine, bekeek hem van een afstand en kon niet anders dan denken: “He creeps me out…” Ongerust stuurde ik een foto naar de meiden, met de vraag of zij hem niet eng vonden. Tatiana vond hem schattig, maar toch wat eng en Lieve maakte de opmerking: “Hij lijkt wel een beetje op het Koekiemonster“.
Dat is het! Mijn beestje heeft door de bontlook een ietwat ruig uiterlijk, maar dat is zoals zijn maakster: hij heeft karakter en uitstraling.
Ik stuurde mijn Monty via de post naar Stephanie, met een briefje in zijn zakje: dat hij Monty heet, een ruwe bolster is met een zachte pit, en dat hij niet kan wachten om een vriendje te krijgen om te knuffelen. Ik hoop dat hij en Stephanie veilig toekomen Zuid-Afrika hebben, waar ze zieke kindjes gaan helpen.

Stephanie, all the best daar in het verre Zuid-Afrika. Geniet van je avontuur en keep it safe.
Enne… zeg tegen mijn Monty dat-ie de pannen van het dak moet knuffelen!
Tot schrijfs,
Margot en Monty
Sewing hack: merkdraadjes doorprikt
Niet dat ik goed ben in het lezen van naaibeschrijvingen, maar als ze beginnen over merkdraadjes, krijg ik al jeuk….
Nochtans is het principe van merkdraadjes heel simpel: een draadje met een knoopje aan beide zijden van de stof, om een plekje te markeren. Ik weet niet hoe jullie dat doen, maar ik verlies dus uren (‘t zal wat minder zijn, maar kom) en mijn geduld om die draadjes te maken.
Het gepriegel met die knoopjes en mijn onhandige vingers, doet mijn moed snel zakken. Dus mijn sewing hack: ga naar een winkel en koop daar goedkope, simpele oorbelletjes. Markeer de plek door je oorbel erop te spelden, en je bent van dat geknoop vanaf.
Koop je oorbelletjes wel zo plat mogelijk, want anders krijg je moeilijkheden om er net naast te stikken. Kijk ook naar de punt van je oorbelletjes: hoe dunner en scherper, hoe beter voor je stof natuurlijk.
Probeer het eens en laat weten wat je ervan vindt. Maar voor mij geen geknoop meer!
Tot schrijfs,
Margot









