Toen naaivriendin Ilse me vroeg of ik interesse had in een grote lap felrood, soepel kunstleer met gaatjes, aarzelde ik geen seconde. Mijlenver uit mijn comfortzone, kon ik er toch niet aan weerstaan. Want rood, dat is stiekem een van mijn lievelingskleuren, al durf ik het niet vaak dragen.
Net omdat het zo ver uit mijn comfortzone ligt, duurde het een hele tijd voor ik het gepaste patroon vond voor die prachtige rode stof. In Knip 2/2023 stond een leuk overslagjasje dat mij meteen aansprak. Het patroon zit ergens tussen een cardigan en een jas in, en ik zag mezelf er al in rond flaneren. Op zoek naar een gebreide stof viel mijn oog op een rode streep in mijn stoffenstapel… en toen wist ik het.
Een wat zwaardere sweaterstof vraagt in mijn ogen om iets anders dan een typische sweater. Deze Minerva Core Range fleece back stof in helder jeansblauw deed mij op zoek gaan naar een soort vestje in rekbare stof. Enter Knip 10/2022, waar patroon 26 mijn aandacht trok.
De kleur van de sweaterstof is iets feller dan op de foto van de Minerva site, waar het een heel licht jeansblauw lijkt. Omdat ik bang was dat het een beetje te ‘egaal’ zou zijn als ik de hele trui in dat blauw maakte, ging ik in mijn restjesbak op zoek naar een bijpassende stof. Ooit maakte ik de Clea bomber van Bel’Etoile in een prachtig bruin-blauwe gebreide stof met kleine glinstertjes erin. Het blauw in die stof paste perfect bij de Minerva stof.
Met een goed basispatroon kan je alle kanten uit. Dat bewijst deze blouse, intussen de derde variant van de Lova (La Maison Victor). De eerste versie maakte ik -mits een paar kleine basisaanpassingen- nog vrij getrouw aan het originele patroon, bij de tweede versie paste ik onder andere de mouwen aan. Wil je weten wat ik aan de derde blouse veranderde? Lees dan vooral verder!
Een lap prachtige Minerva viscose challis vraagt om een chique kledingstuk. Ik maakte de Lova blouse al twee keer eerder en ik wist dat mijn derde misschien wel de mooiste zou worden. Het was dus belangrijk dat de stof paste bij het idee in mijn hoofd. Dat blauw mijn lievelingskleur is, weet intussen haast iedereen. Af en toe krijg ik wel eens de opmerking dat het ook eens iets anders mag zijn. Dat probeer ik oprecht… maar ik trek toch keer op keer naar mijn favoriete kleur. Gelukkig is deze viscose meer dan blauw alleen: naast een helder rood, vind je ook grijs, wit en zwart terug in de stof. Perfect te combineren met heel wat kleuren dus!
Er zijn zo van die projecten waarvoor ik een hele grote drempel over moet… Vaak heeft het te maken met een ‘naaitrauma’ uit het verleden, met de omvang van het project, met knipvrees of met de kans dat het mis zal lopen. Soms komen al die factoren samen en is de drempel des te groter. Zo wilde ik al lang een leuke jas maken voor het tussenseizoen, maar bleef het bij de droom.
Eind vorig jaar kreeg ik het patroon van de Winterthur Jacket (Itch to Stitch) cadeau van Ilse, die ik online leerde kennen in de naaiwereld, maar die intussen een goede vriendin is geworden. Ze wist dat ik al langer op zoek was naar een goed passend jassenpatroon, en dat ik een enorme fan ben van haar helderblauwe versie. Toch duurde het nog een hele tijd voor ik er effectief mee startte. Want ja… daar was mijn drempelvrees opnieuw.
In 2018 publiceerde Girls in Uniform onder het thema ‘Gelezen en goedgekeurd‘ een reeks rond de naaitijdschriften in onze bibliotheek. Eens alles beschreven, stopte die reeks. De meeste naaisters hebben namelijk een favoriet tijdschrift en veel nieuwe titels kwamen er dus niet bij. Met het wegvallen van LMV moest ik echter op zoek naar een nieuwe favoriet. Dat zou wel eens Knipmode kunnen zijn!
Tot nu toe had ik slechts enkele Knipmodes in mijn collectie, maar de laatste maanden trok ik toch meer en meer naar dat tijdschrift toe. Ik besloot een proefabonnement te nemen en uit te zoeken of het de moeite was om het verder te volgen. In het verleden maakte ik al een paar stuks uit het tijdschrift, zowel voor mezelf als voor mijn ventje en het viel mij telkens op dat de pasvorm van de Knip patronen heel goed zit. Eén van de eerste jurken die ik maakte in het prille begin (Nvdr: ik naai sinds 2015) draag ik nog steeds de hele lente en zomer lang. Mijn ventje draagt zijn short ook heel vaak. Het dus kledingstukken die we blijven dragen, zeker een pluspunt in de vraag of Kipmode een blijver is…
Al maakte ik wel al een of twee keer een echte jumpsuit voor mezelf, het is altijd een grote gok omdat mijn lichaam niet de standaard verhoudingen heeft. Mijn bovenlichaam is lang en mijn taille zit altijd lager dan het standaard patroon. Daarnaast heb ik een hele lange kruisnaad nodig, want de meeste broeken spannen tussen mijn billen. Tel die twee bij elkaar op, en dan weet je dat een broek-die-aan-een-bovenstuk-hangt, stof geeft voor veel aanpassingen. Dat is de reden dat ik tot nu toe nooit een jumpsuit patroon getest heb. Het ligt té ver uit mijn comfortzone.
Al enkele jaren test ik voor Designer Stitch en meestal zijn die patronen helemaal mijn ding. Ik weet intussen welke standaardaanpassingen ik moet doen om de DS kledij rond mijn lichaam te laten passen als een handschoen. Zo doe ik bijvoorbeeld altijd een ‘sway back’ aanpassing, om het stofoverschot aan mijn holle onderrug weg te halen. Designer Ann heeft graag een actieve testersgroep, dus probeer ik ook aan zoveel mogelijk testen deel te nemen. Maar toen ze een oproep deed voor de Brielle jumpsuit… sloeg de twijfel hard toe.
De juimpsuit is prachtig. Je kan kiezen tussen drie verschillende mouwen (bishop sleeve, flutter mouw en een gewone, aansluitende mouw), twee verschillende beenlengtes (cropped en full), en tussen een wijde of rechte broekspijp. Voor elk wat wils dus, en ik besloot in het diepe te springen.
Een elegante blouse kan je dragen voor verschillende gelegenheden. Het kan dus nooit kwaad er meer dan één te hebben… In een vorige post zag je mijn eerste Lova van La Maison Victor. Een blouse waarvan ik in eerste instantie dacht dat ik ze nooit zou dragen, omdat ze nét iets te krap zit aan schouders en borst. Maar tijdens de fotoshoot merkte ik dat het nauwelijks zichtbaar was en dat ze ook lekker zit. Ik besloot ze te houden én te dragen, maar wilde de lessen die ik eruit trok niet verliezen, dus maakte ik meteen een tweede exemplaar.
Daarvoor koos ik opnieuw een Minerva Exclusive viscose challis. Deze keer ging ik voor ‘Avian Garden’ met een zacht roze basis, bezaaid met prachtige bloemen en vogels. Romantisch en idillisch, net als de Lova blouse. De perfecte match dus. Misschien niet zo geschikt voor de winter, maar de stof is heerlijk zacht en ademend, zodat ik ze zeker ook in het voorjaar nog kan dragen. Ze is soepel en verwerkt heel makkelijk onder de machine. Ik ben echt fan van deze kwaliteit!
Een paar weken geleden leek het erop dat de lente in het land was (Nvdr.: zie hoe zonnig de foto’s zijn!), maar daar is nu geen sprake meer van. Regen, wind, vrieskou… een extra laagje kleren kan nooit kwaad! Enter de Nina van Style Arc, een elegante losse cardigan met een heel bijzondere voorkant.
Patroon en superleuke, soepele, veelkleurige sweaterstof komen allebei van Minverva, die het geheel als naaikit aanbiedt. Wat is zo’n naaikit? Dat is een pakketje waarbij alles zit wat je nodig hebt om je kledingstuk te maken. Voor de Nina gaat het om de stof – voldoende voor de grootste maat – naaigaren, machninenaalden, elastiek om de schoudernaden te verstevigen én natuurlijk het patroon. Dat alles in één pakketje thuis bezorgd. Super praktisch dus!
Tijdens het testen van een nieuw patroon kan het gebeuren dat er nog nieuwe opties worden toegevoegd, of dat er kleine veranderingen doorgevoerd worden. Mijn eerste Tykka maakte ik vrij vroeg in het testproces en ik had spijt dat ik de nieuwe opties niet meer kon verwerken. Hét perfecte excuus om de Tykka nog een keertje te maken, al is dat best een pittig werkje. Maar ach, het is een hobby en een verslaving…
Mijn materialen bestelde ik bijna volledig bij ZipperZoo. Zwart is tijdloos en past zowat bij elke outfit, dus ging ik voor een eenvoudige maar stijlvolle versie in effen zwart kunstleer met een croco accent. Omdat zwart ook maar zwart is, koos ik voor een tassenband met zilveren glittertje. Het muntgroene katoentje van de voering had ik nog in mijn voorraad liggen, maar ik heb geen idee meer waar het vandaan komt. De leuke luipaardprint geeft wat pit aan de tas.
De trouwe lezer van deze blog heeft waarschijnlijk al begrepen dat ik zelden een patroon naar de letter volg. Ik naai nu bijna zeven jaar, en ik heb gaandeweg ontdekt dat mijn lichaam allesbehalve standaard is. Daarom pas ik patronen vaak in meer of mindere mate aan, zodat het volledig mijn ding wordt. Zo ook met de Nia broek van Bel’Etoile… alleen ging het deze keer nogal mis.
Op het eerste zicht denk je misschien dat het wel meevalt… Lees vooral verder, want je zal zien dat ik deze keer serieus de mist in ben gegaan. Het vreemde is echter, dat ik niet eens weet waar het fout ging. Ik hackte de Nia namelijk al twee keer eerder en mijn tweede exemplaar draag ik elke hele zomer lang met veel plezier. Bij deze broek heb ik het aangepaste patroon -met rits in de zijnaad in plaats van een elastiek in de tailleband achteraan- gewoon op dezelfde manier uitgevoerd.
Voor mijn vierde Nia (de testversie voor Bel’Etoile en mijn eerste hack kregen jullie nooit te zien) koos ik een neutrale maar oh-zo-mooie stretch polyester viscose in donkerblauw van Minerva. De effen blauwe stof valt mooi soepel, verwerkt makkelijk en kreukt niet, ideaal dus voor een geklede broek. Aan de stof zal het dus niet liggen dat mijn broek uiteindelijk niet draagbaar is.